OVER NAAR HET SALON
Geachte lezer,
Deze weblog gaat in hibernatie. In zijn plaats komt het “Salon van Sisyphus” (“Sisyphus”, olijkaard, niet “siphilis”). Het salon is een collectieve onderneming waaraan verscheidene gereputeerde pennen hun medewerking hebben beloofd (ik zal nog geen namen noemen, eerst zien of ze over de brug komen). Maar het wordt een gezamenlijk project en dat was de richting die de blog al uitging. Een van de voordelen is dat er meer bijdragen zullen zijn. U kan er van uitgaan dat er elke week iets nieuws wordt geserveerd in het salon en er een gewoonte van maken van even binnen te springen. Bookmark dus het volgende adres:
http://salonvansisyphus.wordpress.com/
Kom snel een kijkje nemen en stuur de link door naar mogelijke geinteresseerden. En als je zin hebt om mee te werken –met tekst, foto, video…of met technisch advies want dat hebben we hard nodig- graag!
Hartelijke groet,
Tom
Add comment maart 3, 2009
VAARWEL JAAP KRUITHOF
Gisteren kreeg ik een mail van Eric Goeman waarin hij schreef:
“Met droefheid moet ik melden dat Jaap Kruithof, een van onze grootste en meest geëngageerde denkers en strijders voor een rechtvaardige samenleving, deze morgen is overleden in rusthuis Avondvrede in Boechoute. Dit is een groot verlies voor de linkerzijde in Vlaanderen. Het is aan ons om Jaap Kruithof te blijven eren en her-denken in onze dagelijkse strijd voor een andere wereld. Want we zullen hem missen. Niet alleen de denker en de strijder, maar ook de mens Kruithof, de vriend van de machtelozen.”
Later kreeg ik, via Johan, een in memoriam geschreven door Jos Hennes en Hugo Franssen van de uitgeverij Epo die Kruithofs boeken publiceerde. Daarin lees ik, onder meer:
“Jaap Kruithof was antipostmodern. De postmodernistische filosofie beweert dat de tijd van de grote verhalen voorbij is, dat er geen geloofwaardige overkoepelende ideologieën of wereldbeelden meer bestaan. Gelukkig zijn er mensen zoals Kruithof om erop te wijzen dat een dergelijke deconstructie alleen maar dient om dat andere grote verhaal buiten beschouwing te laten: het kapitalistische wereldsysteem.
Jaap Kruithof sprong regelmatig binnen op de uitgeverij. Twee hoog de trappen op om te overleggen over werk en wereld. We keken er altijd naar uit naar die breekmomenten. Hij vertelde dan ook over zijn kinderen en kleinkinderen. En over zijn vrouw Els. Hoe goed het was haar ’s nachts vertrouwd naast zich te voelen, terwijl hij zijn beslommeringen en overpeinzingen ontrafelde alsof het in de war geraakte netten waren.
Er hangt boven de kopieermachine van de uitgeverij een foto met daarop enkele dames die in een grote kantoorruimte elk aan een tikmachine zitten en daarbij driftig dikke kauwgombellen blazen. Er is een onderschrift bij die foto, een citaat van Maxim Gorki. Dat gaat zo: Wenn die Arbeit ein Vergnügen ist, wird das Leben zur Freude.
Zo was het voor Jaap Kruithof een leven lang.”
—————————————————
Zelf heb ik nooit les gekregen van Kruithof. Wel merkte ik al tijdens mijn studententijd dat hij net het omgekeerde deed van de meeste andere professoren: hij zette zijn studenten aan om kritisch te zijn, om altijd in vraag te stellen, om dieper te graven, om hun mening niet te verbergen, om zich te verzetten. Verschillende mensen in mijn omgeving waren geinspireerd door hem.
Later hoorde ik dat hij mijn boek over Amerika, “Rambo op lemen voeten” in zijn lessen gebruikte. In 2003 kreeg ik een brief van hem, waarin hij me uitnodigde om hem te bezoeken en onder meer schreef: “Ik vind u de beste journalist van De Morgen en dat zeg ik al jaren. Geen vleierij, gewoon kennis van zaken”. Natuurlijk voelde ik me gevleid en ging ik hem opzoeken. Ik leerde een fijne mens kennen. Iemand die goed kon vertellen maar die ook goed was in vragen stellen en luisteren. Zijn geheugen was scherp, zijn kennis indrukwekkend, zijn verontwaardiging levend vers. En hij speelde Bach voor me op zijn piano.
Kruithof heeft mij en vele anderen moed gegeven. Daarvoor zijn we hem dankbaar. Zoals hij was er maar een in Vlaanderen. Hij zal inderdaad hard gemist worden.
Add comment februari 27, 2009
BANG OM OVER RAS TE SPREKEN?
Een recente toespraak van Justitieminister Eric Holder heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het was een vrij lange speech waarin hij diverse gedachten opperde, zoals: “Onze conversatie over ras is vaak te simplistisch. En we laten ze te vaak over aan extremisten die niet aarzelen om deze kwesties te gebruiken voor geen ander doel dan hun eigen belang.” Als dat niet waar is. Maar het enige fragment van de speech dat in de media veel aandacht kreeg, luidde: “Wij zijn een land van lafaards. We zijn bang om over ras te spreken.” Heeft hij gelijk? Mijn geliefkoosde columniste Jacqueline Goossens vindt van wel. Aart Brouwer daarentegen, mijn vriend en collega van De Groene Amsterdammer, vindt dat Holder zich schuldig maakt aan omgekeerd racisme. Wat denkt u ervan?
SMACKDOWN
door Aart Brouwer
‘We zijn een natie van lafaards,’ sprak de nieuwe minister van Justitie Eric Holder deze week ter gelegenheid van de opening van Black History Month. ‘Wij, gewone Amerikanen, zijn nog steeds niet in staat om met elkaar over ras te praten. Ras is een onderwerp waarbij we ons nooit op ons gemak voelden en gezien de geschiedenis van deze natie is dat in zekere zin begrijpelijk. Op het werk zijn we gemengd, maar daarbuiten leven we nog steeds in raciale cocons. Op zaterdag en zondag verschilt het Amerika van 2009 niet wezenlijk van dat van vijftig jaar geleden. Als we vooruitgang willen boeken op dit terrein moeten we ons voldoende op ons gemak voelen bij elkaar en tolerant genoeg jegens elkaar om openhartige gesprekken te voeren over de raciale kwesties die ons nog altijd verdeeld houden.
Holder was voorheen geen activist, maar rechter, officier van Justitie en onderminister van Justitie onder president Clinton. Hij maakte tijdens de hoorzitting die aan zijn benoeming voorafging een capabele en bovenal verfrissende indruk door kort en bondig te verklaren: ‘Waterboarden is martelen.’ Des te verbazender is het dat hij afgelopen woensdag opeens de taal van het verleden sprak. De taal van vóór de succesvolle strijd voor zwarte burgerrechten, de taal van de permanent verongelijkte zwarte leiders als Jesse Jackson en Al Sharpton die elke vooruitgang ontkennen en elke zinvolle discussie kapotmaken met beschuldigingen van blank racisme. In hun ogen komen de problemen van de zwarte minderheid in Amerika niet voort uit een cultuur van ongeletterdheid, drugs, gangsta-rap en criminaliteit, maar louter uit onderdrukking en miskenning door crackers, Joden en Aziaten. Het is de taal van de extremistische zwarte dominees en andere platte racisten die Barack Obama voor verrader van zijn ras en ‘edelblanke’ uitmaakten, totdat ze doorkregen dat hij ging winnen en dat ze beter hun wagentje aan zijn trein konden haken. Behoort Holder ook al tot die categorie?
Ogenschijnlijk was zijn opmerking over lafheid neutraal, maar uit zijn speech blijkt dat hij wel degelijk whitey op het oog heeft. Die hele speech was namelijk gewijd aan het aandeel van zwarten aan de Amerikaanse geschiedenis en samenleving dat volgens Holder nog altijd niet voldoende wordt bestudeerd en in ere gehouden: ‘Namen als William Dubois, Malcolm X en Martin Luther King worden nog altijd niet op waarde geschat,’ aldus de eerste zwarte minister van Justitie onder de eerste zwarte President van de Verenigde Staten bij de opening van de Maand van de Zwarte Geschiedenis. Die maand is ooit begonnen als een klein particulier initiatief van een van de eerste zwarte afgestudeerden aan Harvard, Carter Woodson, en is nu een nationaal instituut waar geen enkele school, universiteit of sportclub omheen kan. Hij stuit in het hele land niet meer op noemenswaardige weerstand, behalve wanneer hij door types als Holder wordt gebruikt voor een portie smackdown talk tegen blanken, een omgekeerde vorm van racisme die des schrijnender is omdat hij wordt bedreven door maatschappelijk zeer geslaagde en vaak machtige zwarte leiders.
———————————————————-
CARTOONREL
door Jacqueline Goossens
Een Canadese vriend die in hetzelfde gebouw woonde als ik in een zwarte buurt in Brooklyn, vertelde me het volgende verhaal: “Als kind was ik met mijn ouders naar een tv-show aan het kijken waarin een zwarte man danste. ‘Hij lijkt een aap’, zei ik. Mijn vader, die helemaal niet opvliegend van aard was, gaf me een oplawaai van jewelste. ‘Dat ik je nooit nog zoiets hoor zeggen!’, zei hij streng. Later begreep ik dat hij flink moet geschrokken hebben. Vanwaar kwam die opmerking moet hij zich hebben afgevraagd. Niet alleen had ik toen nog nooit een zwarte persoon in levende lijve gezien maar mijn ouders hadden ook nooit racistische opmerkingen gemaakt.” Mijn vriend verdiende die klap niet; hij was een kind dat geen flauw idee had dat het iets onacceptabel zei. Hetzelfde kan niet gezegd worden van de The New York
Post die op 18 februari een cartoon publiceerde die vele mensen schokte. Wat eraan vooraf ging: op 17 februari waren bij een chimpansee in Connecticut, na een leven van pampers dragen, aan tafel eten en in bad gaan, de stoppen doorgeslagen. Hij had iemand aangevallen en zwaar verminkt en werd later doodgeschoten door de politie. De volgende dag stond er in The New York Post, de rechtse tante onder de New Yorkse kranten, een cartoon die de aap afbeelde, liggend in een bloedplas, met kogelgaten in de borst. Twee agenten staan er op te kijken. De ene heeft een rokende revolver in de hand. De andere zegt: “Ze zullen iemand anders moeten vinden om het volgende stimulus-plan op te stellen.” Op de vorige pagina stond een foto van president Obama die zijn handtekening onder het stimulus-plan zet. De krant reageerde verbaasd toen ze van racisme werd beschuldigd. Volgens hoofdredacteur Col Allen wou de cartoonist enkel de onbekwaamheid hekelen waarmee het stimulusplan was opgesteld. Maar velen vonden het moeilijk om te geloven dat de eeuwenoude traditie van blanke racisten om zwarten uit te schelden voor apen de cartoonist niet geinspireerd had. Dat de aap die voorgesteld werd als de auteur van het stimulusplan- Obama dus- met kogelgaten in zijn hart werd afgebeeld, vonden sommigen ronduit sinister, gezien de vele doodsbedreigingen aan het adres van de zwarte president. De volgende dag betoogden honderden mensen voor het gebouw van The New York Post. Die namiddag kwam ik mijn zwarte buurvrouw misses Bellamy tegen. Ze is al jaren actief in de NAACP, de vereniging voor zwarte burgerrechten. “Met wie ik ook spreek over de cartoon”, zei ze, “zwart, blank, latino, iedereen vindt het onbegrijpelijk dat zoiets nog kan verschijnen, in New York nog wel.” Later zat ik op de metro The New York Times te lezen. Een zwarte jongen en meisje stapten op. “Boycott the Post”, riep de jongen naar een bejaarde blanke die onverstoord zijn Post bleef lezen. Wat later stak hij zijn duim op naar mij. “The New York Times is een goede krant”, zei hij. “Ik ben daar niet zo zeker van”, zei ik en ik toonde hem de twee schamele paragraafjes die The Times aan het incident wijdde. Ondanks de protesten kwam de krant er de volgende dagen niet meer op terug. Ook de andere NewYorkse kranten besteedden er nauwelijks aandacht aan. Vonden ze dat de cartoonrel geen nieuwswaarde had? Of vonden ze de materie te explosief en besloten ze daarom de flater van hun concurrent met de mantel der liefde te bedekken?
“We zijn in essentie een land van lafaards”, zei Eric Holder, de nieuwe Justitieminister diezelfde dag in een speech, “we zijn bang om met elkaar te praten over ras.” Ik vind dat hij in essentie gelijk heeft. Researchers van de Stanford University concludeerden vorig jaar uit een onderzoek dat de associatie van zwarten met apen zo diep geworteld is in de blanke cultuur dat ze verankerd blijft in het onderbewuste, zelfs van jongeren die de raciale spanningen tijdens de strijd voor gelijke burgerrechten niet hebben meegemaakt. Niet alleen in Amerika. Denk aan de oerwoudgeluiden op Belgische voetbalvelden. In deze krant vloeide onlangs uit de kleurige pen van Hugo Camps het woord ‘bosneger’ toen hij een figuur uit de Belgische voetbalwereld wou karakteriseren. ‘Bosneger’ komt van het Amerikaanse ‘bushnigger’ en wordt in mijn woordenboek verklaard als “benaming voor gevluchte negerslaven en hun afstammelingen “. Een moedig en taai volkje dus, met zin voor initiatief, maar zo is het woord niet bedoeld. Wie iemand als ‘bosneger’ brandmerkt, suggereert dat hij meer aap dan mens is. Nu is het wel zo dat Camps dat scheldwoord tegen een blanke gebruikte. Een Waal weliswaar maar toch een bleekhuid. Ik mag ik er niet aan denken wat er zou gebeuren mocht ik het woord naar het hoofd van een zwarte Amerikaan slingeren.
Racisme blijft een open wonde in Amerika. Zo was de storm rond de chimpansee-cartoon nog niet geluwd toen de gouverneurs van enkele van de armste staten in de ‘deep south’ verklaarden dat ze weigerden de subsidies in het stimulus-plan te accepteren die bedoeld zijn om langer en meer werkloosheidsteun te geven aan categorieen -laag geschoolden, halftijdse werknemers, mensen die moeten stoppen met werken door een ernstige zieke in hun gezin of mishandeling door een partner- die door de krisis het hardst zijn getroffen. Volgens de gouverneurs zou die steun hen maar ontmoedigen om eigen benen te leren staan. Toevallig of niet zo toevallig zijn het vooral zwarten die in die staten door de maatregel zouden worden geholpen terwijl de (Republikeinse) gouverneurs het van blanke stemmen moeten hebben. De gouverneurs ontkennen natuurlijk dat hun standpunt ook maar iets met racisme te maken heeft. Maar volgens mij heeft Eric Holder gelijk. Amerika –nee, heel de wereld- is bang om over ras te spreken.
Add comment februari 27, 2009
AVIGDOR IS GEEN LIEVE MAN
A reliable friend and colleague swears that he saw the following incident in the Israeli-occupied territories a couple of years ago. A Palestinian physician, in urgent need of permission to travel, was trying to persuade a soldier at a roadblock to allow him to hurry on to the next town. He first tried the stone-faced guard in Hebrew, in which many Arabs are fluent, but he received no response. He then made an attempt in English, which is something of a local lingua franca, yet he fared no better. After an unpleasant interval of mutual noncommunication, it transpired that the only word the Israeli soldier knew was no, and the only language in which he could speak it was Russian.
The words occupation and dispossession are flung around pretty freely, but I invite you to picture a life under occupation in which your unfriendly neighborhood cop did not even speak the language of the state that he served, let alone any tongue known to you. There is, by the way, a fair likelihood that the soldier was not even Jewish; it’s an open secret in Israel that tens of thousands of Russian immigrants used forged papers as a means of exiting their country of birth, pretending to exercise the “right of return.” So here is yet another insult to heap on those whose great-great-grandparents were born in Palestine yet are treated as if they live there only on sufferance.
Yet if you are a former bouncer born in former Soviet Moldova, like Avigdor Lieberman, you can come to live in the Holy Land as of right and become the leader of a party that proposes to institute a “loyalty oath” not just to the Arab citizens of the state of Israel but to all Jewish members of religious Orthodox sects that do not declare themselves Zionist. And this grotesque party, named Israel Beiteinu or “Israel Is Our Home,” is now the power broker, and its leader is the kingmaker in the Israeli electoral process.
In his early days as an immigrant in Israel, Lieberman was briefly a member of Kach, the hysterical group led by Rabbi Meir Kahane that was morbidly obsessed with the sex lives of Arabs and that yelled for their mass expulsion or—to employ the common euphemism—”transfer.” He has now somewhat refined his position, calling for an exchange of territories and people that would more nearly approximate partition or even a two-state solution. But as with every such proposal, this still leaves a large number of Arabs under Israeli sovereignty, either on the West Bank or in Israel “proper.” I doubt that Lieberman is really serious about any “land for peace” negotiations—he quarreled even with Ariel Sharon about disengagement from Gaza, so if it were up to him, there would presumably still be Israeli settlers in the strip. He has changed the whole tone of the argument by deciding to question the presence of Israeli Arabs who, unlike their cousins under occupation, enjoy the right of citizenship and voting as well as the privilege of living under the Israeli flag.
The best book about this highly interesting and neglected community was written by the Israeli novelist David Grossman in 1993 and is called Sleeping on a Wire. It contains micro-flashes of illumination (such as the probability that more Israeli Arabs than American Jews speak Hebrew) and also some memorable reflections on language and its relationship to literature and culture. We all remember that Maimonides wrote in fluent Arabic, but it’s perhaps less well-known that:
The everyday conversation of Palestinian Israelis sparkles with expressions from the Bible and the Talmud, from Bialik and Rabbi Yehuda Halevy and Agnon. Poet Naim Araideh effuses: “Do you know what it means for me to write in Hebrew? Do you know what it’s like to write in the language in which the world was created?”
One might not wish to go that far, but it remains the case that the Israeli-Arab Marxist Emile Habibi, author of the classic novel The Pessoptimist (sometimes called The Opsimist) was once awarded the annual Israeli prize for best Hebrew writing.
One might add that the rockets of Hamas and Hezbollah fall upon these people, too, in Jaffa and other towns, just as they fall upon the Israeli Druze and Armenians. The threads and imbrications that bind and layer the discrepant claimants to the land of Palestine are strong as well as subtle, ancient as well as modern. This is why Grossman was so depressed to discover, at the end of his book, that the memory of 1948 was still vivid among even the most successful and prosperous Israeli Arabs and that all of them felt unsafe and secretly feared a renewal of the demand for their expulsion. In 1993, he felt able to some extent to reassure them about this.
Now we have to watch the rise of a thug and a demagogue who has called with relish for the execution of elected Arab members of Israel’s parliament if they meet with Hamas, who has demanded the drowning of Palestinian prisoners in the Dead Sea, whose supporters chant “Death to the Arabs” at their rallies, and who has materialized the worst fears of those Arabs who have made the longest-lasting accommodation with the Jewish state. Avigdor Lieberman’s essentially totalitarian and Inquisitionist style, though, may be even more manifest in his insistence that non-Zionist haredim, or pious Jews, also either take an oath of loyalty or forfeit their citizenship. This takes the ax to the root of the idea that Jews have a presence in Jerusalem from time immemorial and that their resulting rights are not derived from, or dependent on, any state or any ideology. Shame on Benjamin Netanyahu if he makes even a temporary alliance with Lieberman. As questionable as the “right to return” may already be, it certainly cannot confer the right to expel.
1 comment februari 27, 2009
“MONSTER”
door Jacqueline Goossens
Iedereen die ooit machteloos heeft toegezien hoe een geliefde wegzonk in het moeras van de waanzin kon niet anders dan ineenkrimpen in de dagen na het incident in Dendermonde. De pijnlijke betweterigheid van sommigen in de Vlaamse media was beschamend. Mijn eigen moeder was heel mijn leven een schizofrene patiente, diep eenzaam zoals zoveel van haar lotgenoten. Wij, haar familie, hadden het geluk dat ze niet bij die minderheid van schizofrenen hoorde wiens demonen hen aanzetten om gewelddaden te plegen. Mocht ze wel tot zoiets gedreven geweest zijn dan kan ik me de schaamte, de wanhoop, de schuldgevoelens, de pijn en het verdriet voorstellen die ons, haar kinderen en man, voor de rest van ons leven zouden achtervolgen. Ik stel me voor dat we geen woorden zouden vinden om de families van de doden te troosten als ze die al zouden willen aanhoren. En ik stel me even goed voor dat ik zou wenen van woede als onwetende onverlaten mijn moeder als een monster zouden voorstellen.
“Sedert de affaire-Dutroux zijn de grenzen van de gerechtelijke verslaggeving almaar opgerekt. Voor het privéleven van de betrokkenen, schuldigen zowel als slachtoffers, smelt het respect als sneeuw voor de zon”, schreef Walter Zinzen in een opiniestuk in De Standaard.
Lees het stuk en de reacties erop hier:
Add comment februari 23, 2009
ZELFVERKLAARDE DEMOCRATIE DOODT ZOVEEL MOGELIJK ARABIEREN
door Jef Coeck, 13 februari 2009
‘De Onafhankelijkheidsverklaring van Israël verwijst nergens naar een “democratische” staat, zelfs niet naar een zionistische of een staat voor de Joden, maar wel naar een Joodse, een zuiver Joodse staat… de termen “democratie” en “democratisch” komen nergens in de Onafhankelijkheidsverklaring voor. Dat is geen toeval. Het doel van het zionisme was niet om hier democratie in te voeren. De bedoeling was om hier een Joodse staat voor heel het Joodse volk te stichten, en alleen voor het Joodse volk.
Bestaat er iets ondemocratischer en discriminerender dan de Wet op de terugkeer?… Zoals u weet stelt deze wet concreet dat automatisch de nationaliteit wordt verleend aan iedere Jood die buiten het land geboren is (en dit tot in de vierde generatie). Terzelfdertijd ontzeggen wij dit recht op terugkeer aan wie hier woonde en aan hun nakomelingen… Het [toepassen van democratische principes] zou nationale zelfmoord betekenen.’
Deze even schokkende als ware woorden komen niet van de in loco (zijn rolstoel) gebombardeerde sjeik Yassin, stichter van Hamas. Evenmin komen ze uit de mond van de niet eens crypto fascistische buitenwipper Avigdor Lieberman.
Bovenstaand is een citaat uit de veelgelezen Israëlische krant Yediot Aharonot van 28 mei 1993, van de hand van Ariël Sharon. De generaal-politicus, voormalig minister van defensie en premier, stichter van de partij Kadima en aanstichter van de Tweede Intifada, dirigent van de falangistenmoord op 3000 Palestijnse vluchtelingen in Sabra en Shatila, beredder van de settlements in Palestijns gebied, korte tijd op de Belgische lijst van gezochte oorlogsmisdadigers – tot de VS ermee dreigden het Navo-hoofdkwartier uit Brussel weg te halen als de Genocidewet niet werd gewijzigd -, deze Sharon is niet de enige Israëli die af en toe vergeet zijn woorden te omzwachtelen.
Pikante uitspraken, oude en nieuwe, ontbreken niet in Jeruzalem, Oost en West. De eerste Israëlische premier en founding father David Ben Goerion, in 1956: ‘Als ik een Arabische leider was, zou ik nooit een verdrag met Israël ondertekenen. Wij hebben ze hun land afgenomen.’ Moshe Dayan, generaal en minister, in 1969: ‘Wij hebben joodse dorpen gebouwd waar daarvoor Palestijnse dorpen stonden. Er bestaat geen enkele plek in Israël waar vroeger geen Arabieren leefden.’ Ex-premier en moeder des Vaderlands, Golda Meir: ‘Er bestaat niet zoiets als een Palestijns volk in Palestina, dat heeft nooit bestaan.’
Negationisme en de intentie om te doden zijn in België bij wet verboden. Israël heeft niet eens een echte grondwet. In een geschreven grondwet namelijk wordt een land geacht zijn grenzen te omschrijven en die zijn in het geval van het “joods nationaal tehuis” zeer rekkelijk. Voor hardleerse zionisten reikt Groot-Israël van de Nijl tot de Eufraat. Een blik op de kaart leert dus dat na Palestina ook nog (grote delen van) Egypte, Jordanië, Irak, Iran, Syrië, Libanon en Turkije dienen ingepalmd te worden. Dat zouden toch pas veilige grenzen zijn?
Albert Einstein, jood en relativerend denker, schreef al in de jaren veertig: ‘De idee van een joodse staat met grenzen, een leger en een overheid, hoe beperkt ook, zal het judaïsme schaden. Ik zou liever hebben dat wij een redelijk akkoord met de Arabieren afsluiten waarin wij stellen dat wij vreedzaam naast elkaar willen leven dan dat wij een joodse staat zouden stichten.’
De joodse staat heet nu democratie. Het ontbreekt deze staat weliswaar aan democratische gezindte en aan de nodige democratische instrumenten, behalve de zogenaamd ‘vrije’ verkiezingen. Hoe vrij zijn verkiezingen als de campagne die eraan voorafgaat gevoerd wordt met bommen, tanks, bloed en fosfor? Op het grondgebied van de buren, bovendien?
In zijn nieuwe boekje over de ‘Geschiedenis van de Palestijnse tragedie’ citeert Midden-Oostenkenner Lucas Catherine uit een lang vergeten maar uiterst interessant document, het Verslag van de Plenaire Zitting van de Verenigde Naties, november 1947. Meer bepaald de Belgische vertegenwoordiger Van Langenhove sloeg toen nagels met koppen. Aan de orde was het Verdeelplan dat in mei 1948 zou leiden tot de oprichting van de staat Israël.
‘De Palestijnse kwestie grijpt ons, Belgen, ten zeerste aan. Wij hebben moeite om de bedoelingen van de zionisten te begrijpen. Onze Joodse landgenoten hebben hun nationaal tehuis bij ons in België. Niemand van ons heeft ze ooit zo behandeld dat zij een ander tehuis zouden gaan zoeken in Palestina. Tijdens de oorlog hebben zij met ons meegestreden en veel Belgen hebben hun leven gewaagd voor hun Joodse landgenoten, zodat onze nationale eenheid er versterkt uitkwam… Wij zijn helemaal niet zeker dat het verdeelplan rechtvaardig is en wij vrezen dat het vreselijke gevolgen zal hebben… Maar wat is het alternatief? Het alternatief is: geen oplossing, dat wil zeggen nog meer gevechten en nog meer chaos. Deze verantwoordelijkheid willen wij niet dragen door neen te stemmen of door ons te onthouden. Daarom zullen wij met de meerderheid stemmen.’ (UNO, 125th Plenary Session, New York, 1947, p. 1364-1366)
De regering in Brussel had nochtans vooraf laten weten dat ze zich bij de stemming zou onthouden, omdat ‘dit verdeelplan niet het hoofddoel zal bereiken, namelijk vrede in de regio’. De ommezwaai van het Belgische kabinet werd bewerkt door de socialist Camille Huysmans, minister van onderwijs en notoir lid van de zionistische lobby. De Belgische socialisten steunden totterdood de Israëlische Arbeiderspatij, die een open doekje retourneerde aan Huysmans: ‘Zijn steun bereikte een hoogtepunt tijdens de strijd voor de oprichting van de staat. Dankzij zijn inspanningen stemde de Belgische regering voor ons op de Algemene Vergadering van 29 november 1947.’
Al vanaf 1924, schrijft Catherine, werden er vanuit België wapens gesmokkeld naar de kolonisten in Palestina, met medeweten van socialistische politici als Camille Huysmans. De zionisten maakten hierbij gretig gebruik van de socialistische ‘internationale solidariteit onder alle arbeiders.’
In de Staat Israël is het politieke zwaartepunt almaar meer opgeschoven. Rechts heeft niet voor het eerst de verkiezingen gewonnen en Tzipi Livni leidt vermoedelijk de nieuwe regering. Volgens minister van Buitenlandse Zaken De Gucht is zij weliswaar ‘een harde tante, maar een die door heeft waar het compromis ligt’. Het is niet duidelijk waar de minister het tweede lid van zijn oordeel op baseert. Voor ze in de politiek ging, was Tzipi Livni een spion van de Mossad, meer bepaald van de afdeling ‘eliminating Palestinians abroad’. Dat beroep heeft ze van geen vreemden, haar vader deed hetzelfde voor de joodse terreurorganisatie Irgun in de jaren veertig. Zijn de familiezeden er sedertdien op vooruit gegaan? Reuven Adler, de spindoctor van Livni’s ‘compromisbereide’ Kadima-partij geeft als advies: ‘Dood zoveel mogelijk Arabieren en praat intussen zoveel mogelijk over vrede.’
Lees vooral Akiva Eldars laatste paragraaf.
http://www.haaretz.com/hasen/spages/1063153.html
Voor de Palestijnen maakt het nauwelijks iets uit, maar fatsoenlijke Israëli’s hebben last met de jongste ontwikkelingen. ‘Links in Israël is dood. Het Zionisme is compleet in handen van rechts gerold’, constateert Gideon Levy, ook in Haaretz.
http://www.haaretz.com/hasen/spages/1063597.html
* Lucas Catherine & Charles Ducal, Gaza, Geschiedenis van de Palestijnse tragedie, Berchem, EPO, 15 euro
(Waaruit moge blijken dat het Zionisme allang in handen van rechts was.)
Add comment februari 14, 2009
Gaza en wij

Naast de reeds eerder vermelde, hier nog enkele bij de keel grijpende reacties op de barbarij in Gaza.
OPERATIE LOOD BLIJFT ONGESTRAFT
door Eduardo Galeano
Citaat:
De zogenaamde internationale gemeenschap, bestaat die? Is die iets meer dan een club van handelaars, bankiers en oorlogstokers? Is die iets meer dan een artistieke naam die de Verenigde Staten gebruikt wanneer het theater wil spelen?
Nu de tragedie van Gaza zich afspeelt, zie je nogmaals de wereldwijde schijnheiligheid. Zoals altijd is er onverschilligheid, lege toespraken, lege verklaringen, hoogdravende declamaties, dubbelzinnige houdingen en die zijn een hulde aan de heilige straffeloosheid.
http://vl.attac.be/article1281.html
GEEN PLAATS VOOR DE DODEN, GEEN OPLOSSING VOOR GAZA
Door ‘een onbetekenende communist die er nooit geweest is’.
Citaat:
Het is menselijk om een oplossing te zoeken, een uitweg uit de gruwels die we zien, ook al zien we ze enkel op Al Jazeera. Welke oplossing beeldt de jonge betoger in Londen zich in als hij macht voor Hamas eist? En die andere betoger, welke soort ‘vrede’ denkt hij dat Israel zal opleggen? De hel van een wereld gedreven door de waardewet is zo dat we ons niets anders kunnen dromen. Ideeen zijn zo populair als de hoeveelheid kapitaal die achter hen staat, de vloedgolf van nationalisme, anti-semitisme en islamofobie is dus niet verbazingwekkend. Als we er niet van dromen om de joden in de zee te drijven of om een groter Israel te vestigen, dan schiet er niets meer over dan dromen van meer oorlog, meer werk, meer honger, meer rassen en naties enzovoort tot in het oneindige…
Add comment februari 5, 2009
TERREUR IN GAZA

Nu Israel in Gaza eens te meer bewijst dat de ergste terroristen geen prive-groepen zijn maar staten, geef ik graag het woord aan een Israelier met gezond verstand, ook al ben ik het niet altijd met hem eens (ik vind hem bijvoorbeeld te mild tegenover Hamas). Sorry dat ik geen tijd had om het te vertalen maar dit is simpel Engels. Daarna geef ik het woord aan een Vlaming met gezond verstand.
ISRAEL IS DEZE OORLOG AAN HET VERLIEZEN
door Uri Avnery
NEARLY SEVENTY YEARS ago, in the course of World War II, a heinous crime was committed in the city of Leningrad. For more than a thousand days, a gang of extremists called “the Red Army” held the millions of the town’s inhabitants hostage and provoked retaliation from the German Wehrmacht from inside the population centers. The Germans had no alternative but to bomb and shell the population and to impose a total blockade, which caused the death of hundreds of thousands.
Some time before that, a similar crime was committed in England. The Churchill gang hid among the population of London, misusing the millions of citizens as a human shield. The Germans were compelled to send their Luftwaffe and reluctantly reduce the city to ruins. They called it the Blitz.
This is the description that would now appear in the history books – if the Germans had won the war. Absurd? No more than the daily descriptions in our media, which are being repeated ad nauseam: the Hamas terrorists use the inhabitants of Gaza as “hostages” and exploit the women and children as “human shields”, they leave us no alternative but to carry out massive bombardments, in which, to our deep sorrow, thousands of women, children and unarmed men are killed and injured.
IN THIS WAR, as in any modern war, propaganda plays a major role. The disparity between the forces, between the Israeli army – with its airplanes, gunships, drones, warships, artillery and tanks – and the few thousand lightly armed Hamas fighters, is one to a thousand, perhaps one to a million. In the political arena the gap between them is even wider. But in the propaganda war, the gap is almost infinite. Almost all the Western media initially repeated the official Israeli propaganda line. They almost entirely ignored the Palestinian side of the story, not to mention the daily demonstrations of the Israeli peace camp. The rationale of the Israeli government (“The state must defend its citizens against the Qassam rockets”) has been accepted as the whole truth. The view from the other side, that the Qassams are a retaliation for the siege that starves the one and a half million inhabitants of the Gaza Strip, was not mentioned at all.
Only when the horrible scenes from Gaza started to appear on Western TV screens, did world public opinion gradually begin to change. True, Western and Israeli TV channels showed only a tiny fraction of the dreadful events that appear 24 hours every day on Aljazeera’s Arabic channel, but one picture of a dead baby in the arms of its terrified father is more powerful than a thousand elegantly constructed sentences from the Israeli army spokesman.
And that is what is decisive, in the end.
War – every war – is the realm of lies. Whether called propaganda or psychological warfare, everybody accepts that it is right to lie for one’s country. Anyone who speaks the truth runs the risk of being branded a traitor. The trouble is that propaganda is most convincing for the propagandist himself. And after you convince yourself that a lie is the truth and falsification reality, you can no longer make rational decisions.
An example of this process surrounds the most shocking atrocity of this war so far: the shelling of the UN Fakhura school in Jabaliya refugee camp. Immediately after the incident became known throughout the world, the army “revealed” that Hamas fighters had been firing mortars from near the school entrance. As proof they released an aerial photo which indeed showed the school and the mortar. But within a short time the official army liar had to admit that the photo was more than a year old. In brief: a falsification. Later the official liar claimed that “our soldiers were shot at from inside the school”. Barely a day passed before the army had to admit to UN personnel that that was a lie, too. Nobody had shot from inside the school, no Hamas fighters were inside the school, which was full of terrified refugees.
But the admission made hardly any difference anymore. By that time, the Israeli public was completely convinced that “they shot from inside the school”, and TV announcers stated this as a simple fact. So it went with the other atrocities. Every baby metamorphosed, in the act of dying, into a Hamas terrorist. Every bombed mosque instantly became a Hamas base, every apartment building an arms cache, every school a terror command post, every civilian government building a “symbol of Hamas rule”. Thus the Israeli army retained its purity as the “most moral army in the world”.
THE TRUTH is that the atrocities are a direct result of the war plan. This reflects the personality of Ehud Barak – a man whose way of thinking and actions are clear evidence of what is called “moral insanity”, a sociopathic disorder. The real aim (apart from gaining seats in the coming elections) is to terminate the rule of Hamas in the Gaza Strip. In the imagination of the planners, Hamas is an invader which has gained control of a foreign country. The reality is, of course, entirely different. The Hamas movement won the majority of the votes in the eminently democratic elections that took place in theWest Bank, East Jerusalem and the Gaza Strip. It won because the Palestinians had come to the conclusion that Fatah’s peaceful approach had gained precisely nothing from Israel – neither a freeze of the settlements, nor release of the prisoners, nor any significant steps toward ending the occupation and creating the Palestinian state. Hamas is deeply rooted in the population – not only as a resistance movement fighting the foreign occupier, like the Irgun and the Stern Group in the past – but also as a political and religious body that provides social, educational and medical services. From the point of view of the population, the Hamas fighters are not a foreign body, but the sons of every family in the Strip and the other Palestinian regions. They do not “hide behind the population”, the population views them as their only defenders.
Therefore, the whole operation is based on erroneous assumptions. Turning life into living hell does not cause the population to rise up against Hamas, but on the contrary, it unites behind Hamas and reinforces its determination not to surrender. The population of Leningrad did not rise up against Stalin, any more than the Londoners rose up against Churchill.
He who gives the order for such a war with such methods in a densely populated area knows that it will cause dreadful slaughter of civilians. Apparently that did not touch him. Or he believed that “they will change their ways” and “it will sear their consciousness”, so that in future they will not dare to resist Israel. A top priority for the planners was the need to minimize casualties among the soldiers, knowing that the mood of a large part of the pro-war public would change if reports of such casualties came in. That is what happened in Lebanon Wars I and II. This consideration played an especially important role because the entire war is a part of the election campaign. Ehud Barak, who gained in the polls in the first days of the war, knew that his ratings would collapse if pictures of dead soldiers filled the TV screens. Therefore, a new doctrine was applied: to avoid losses among our soldiers by the total destruction of everything in their path. The planners were not only ready to kill 80 Palestinians to save one Israeli soldier, as has happened, but also 800. The avoidance of casualties on our side is the overriding commandment, which is causing record numbers of civilian casualties on the other side. That means the conscious choice of an especially cruel kind of warfare – and that has been its Achilles heel.
A person without imagination, like Barak cannot imagine how decent people around the world react to actions like the killing of whole extended families, the destruction of houses over the heads of their inhabitants, the rows of boys and girls in white shrouds ready for burial, the reports about people bleeding to death over days because ambulances are not allowed to reach them, the killing of doctors and medics on their way to save lives, the killing of UN drivers bringing in food. The pictures of the hospitals, with the dead, the dying and the injured lying together on the floor for lack of space, have shocked the world. No argument has any force next to an image of a wounded little girl lying on the floor,twisting with pain and crying out: “Mama! Mama!”
The planners thought that they could stop the world from seeing these images by forcibly preventing press coverage. The Israeli journalists, to their shame,agreed to be satisfied with the reports and photos provided by the Army Spokesman, as if they were authentic news, while they themselves remained miles away from the events. Foreign journalists were not allowed in either, until they protested and were taken for quick tours in selected and supervised groups. But in a modern war, such a sterile manufactured view cannot completely exclude all others – the cameras are inside the strip, in the middle of the hell, and cannot be controlled. Aljazeera broadcasts the pictures around the clock and reaches every home.
THE BATTLE for the TV screen is one of the decisive battles of the war. Hundreds of millions of Arabs from Mauritania to Iraq, more than a billion Muslims from Nigeria to Indonesia see the pictures and are horrified. This has a strong impact on the war. Many of the viewers see the rulers of Egypt, Jordan and the Palestinian Authority as collaborators with Israel in carrying out these atrocities against their Palestinian brothers. The security services of the Arab regimes are registering a dangerous ferment among the peoples. Hosny Mubarak, the most exposed Arab leader because of his closing of the Rafah crossing in the face of terrified refugees, started to pressure the decision-makers in Washington, who until that time had blocked all calls for a cease-fire. These began to understand the menace to vital American interests in the Arab world and suddenly changed their attitude -causing consternation among the complacent Israeli diplomats. People with moral insanity cannot really understand the motives of normal people and must guess their reactions. “How many divisions has the Pope?” Stalin sneered. “How many divisions have people of conscience?” Ehud Barak may well be asking. As it turns out, they do have some. Not numerous. Not very quick to react. Not very strong and organized. But at a certain moment, when the atrocities overflow and
masses of protesters come together, that can decide a war.
THE FAILURE to grasp the nature of Hamas has caused a failure to grasp the predictable results. Not only is Israel unable to win the war, Hamas cannot lose it. Even if the Israeli army were to succeed in killing every Hamas fighter to the last man, even then Hamas would win. The Hamas fighters would be seen as the paragons of the Arab nation, the heroes of the Palestinian people, models for emulation by every youngster in the Arab world. The West Bank would fall into the hands of Hamas like a ripe fruit, Fatah would drown in a sea of contempt, the Arab regimes would be threatened with collapse. If the war ends with Hamas still standing, bloodied but unvanquished, in face of the mighty Israeli military machine, it will look like a fantastic victory, a victory of mind over matter. What will be seared into the consciousness of the world will be the image of Israel as a blood-stained monster, ready at any moment to commit war crimes and not prepared to abide by any moral restraints. This will have severe consequences for our long-term future, our standing in the world, our chance of achieving peace and quiet. In the end, this war is a crime against ourselves too,a crime against Israel.
—————————————————————————————————–
OVER COMPLOTTEN EN LOBBY’S
door Jef Coeck
Toen weken geleden de hel losbarstte in Gaza vroeg ik me af hoelang het zou duren voor we nog eens van het Diabolisch Complot zouden horen. Ik werd op mijn wenken bediend door het blad van linkse zionisten in de States:
They speak of ’sons of pigs and apes’ and ‘dejjal’ and ‘jihad’ and ‘Protocols of the Elders of Zion’ and apocalyptic struggles against Jews– (The New Republic, December 29).
http://www.tnr.com/politics/story.html?id=a7021eb2-8e4b-49fd-beac-0ad338245178
‘They’ staat voor Palestinians, in dit geval Hamas. Verderop gaat het nog over ‘sentimental journalists’, dat zijn reporters die het niet kunnen laten te berichten over dode kindjes en huilende vrouwen. Onvermeld bleef het feit dat Hamas, met Handvest en al, in de jaren tachtig is opgericht met de op zijn minst stilzwijgende instemming van de Mossad en de CIA.
Zoveel is duidelijk: het blad TNR maakt deel uit van een verzameling zionistische zeloten, die ervoor zorgen dat Israël zijn status van kleine David behoudt en verzilvert. Reus Goliath is dan de boze buitenwereld, die kritiek heeft op de al jaren aan gang zijnde ‘ethnic cleansing’ in Gaza en de andere bezette Palestijnse gebieden.
Vormen de veelvuldige pro-Israël ijveraars een netwerk, een lobby, of is er sprake van een heus complot? Dat valt niet in een handomdraai te overzien.
Eerst, de Protocollen van de Wijzen van Zion. Wat zijn daar al pennen over gebroken, monden mee gesnoerd en bomen voor geveld. De jongste mij bekende boekpublicatie over het onderwerp is de Nederlandse editie van ‘The Plot. The Secret Story of the Protocols of the Elders of Zion’, een graphic novel van Will Eisner.
In beeld en tekst wordt omstandig de geschiedenis van de Protocollen uiteengezet. Samenvatten is niet simpel. Het betrof een complot achter een vermeend complot, een internationale samenzwering, politiek en tegelijk filosofisch van aard, opgezet door de Russische geheime dienst maar feitelijk bedacht door een obscure Franse schrijver, met als uiteindelijk gevolg de moord op de Romanovs hoewel de facto de val van het Franse Second Empire was beoogd.
De vermeende ‘Wijzen’ zouden eind 19de eeuw een directoraat van joodse autocraten hebben gevormd, om de algehele wereldheerschappij te vestigen. De ‘Protocollen’ waren dan zogenaamd de neerslag van een geheime vergadering, waarop de plannen in extenso werden uiteengezet: politiek, economisch, cultureel, justitieel, militair. Alles overgoten met een onverkapt antisemitisch jargon.
Ook in de 20ste eeuw duikt de Protocol-fabricatie geregeld op, ondanks de ontmaskering ervan door de Londense Times in 1921. Winston Churchill, Henry Ford, Joseph Goebbels, ze bedienden zich allen van de complottheorie om de joden in een kwaad daglicht te plaatsen – of erger. Maar ook na WO II met zijn kampen en shoa, kon de leugen niet worden onderdrukt. De Protocollen werden als ‘document vérité’ heruitgegeven, van het Verre Oosten over Vaticaanstad tot Latijns-Amerika. In de VS zijn ze verspreid door onder meer de Ku Klux Klan en in de Arabische wereld door de Moslim Broederschap.
Umberto Eco schrijft inleidend bij het boek van Eisner: ‘Het is alsof er na Copernicus, Galileo en Kepler nog steeds boeken verschijnen waarin beweerd wordt dat de zon om de aarde draait.’
Niet enkel rauwe antisemieten maar ook verdedigers van de zionistische zaak en/of de staat Israël gebruiken de Protocollen als een referentiedocument. Afkeurend, waarschuwend. Als ultieme vernedering en vernietiging, als verdachtmaking, zonder toelichting of uitweiding. Zie nogmaals TNR. Het volstaat kennelijk om het woord ‘Protocollen’ of Complot te lanceren in de richting van een tegenstander, om van hem/haar de baarlijke duivel te maken.
Dat mochten ook de professoren John Mearsheimer (Chicago) en Stephen Walt (Harvard) ondervinden. In 2006 verscheen van hun hand in de London Review of Books een doorwrochte studie onder de titel ‘The Israel Lobby’.
http://www.lrb.co.uk/v28/n06/mear01_.html
De genoemde lobby bevestigde, voor zover nodig, zijn bestaan met een boycot, een poging tot broodroof en een scheldcampagne tegen de auteurs. Met name de AIPAC (American Israel Public Affairs Committee) en de ADL (Anti-Defamation League) waren creatief in het ontdekken van een nieuw antisemitisch complot.
M&W hadden nochtans geen bizarre theorieën ontwikkeld of geheimzinnige ‘joodse invloeden’ onthuld. Zij hadden een overzicht gegeven van de opmerkelijke materiële en diplomatieke steun van de VS aan Israël en vastgesteld dat ‘deze steun niet geheel kon worden verklaard uit strategische dan wel morele overwegingen’. Die steun was ‘grotendeels wel te verklaren uit de politieke macht van de Israëllobby’.
Het hoge woord is eruit. Wat is een Israëllobby? M&W: ‘Een los verband van personen en groepen dat ernaar streeft het Amerikaanse buitenlandse beleid te beïnvloeden op een manier die Israël ten goede komt (…) [personen en groepen] speelden ook een sleutelrol in de vormgeving van het Amerikaanse beleid in het Israëlisch-Palestijns conflict, de moeizame invasie in Irak en de voortdurende confrontaties met Syrië en Iran.’
Aangevoerd kan worden dat dit allemaal nog niet illegaal en misschien zelfs legitiem is, ware het niet dat: ‘Wij stelden vast dat dit beleid het nationale belang van de VS niet diende en dat het bovendien schadelijk was voor de Israëlische belangen op lange termijn.’ De twee politicologen waren tot dit inzicht gekomen na een lange wetenschappelijke studie, waar inzage van de bronnen is aan toegevoegd.
In tegenstelling tot de Wijzen van Zion bestaat de Israëllobby dus écht. Het is een netwerk van niet enkel joods-Amerikaanse organisaties, maar ook christelijke fundamentalisten en neoconservatieve ideologen. Ze worden met naam en toenaam geopenbaard – zie de meer dan 100 pagina’s noten en register bij de uiteindelijke publicatie. Want ondanks systematische tegenkanting van onder meer uitgeverszijde, maakten Mearsheimer en Walt na verder onderzoek van hun aanvankelijke paper een boek van ruim 500 pagina’s. Het belandde onmiddellijk in de bestsellerslijsten, mede dankzij de ongewilde publiciteit.
Dat brengt mij tot de hamvraag: wat is een complot? Alvast 3,2 miljoen hits via Google. Ik ben een aanhanger van de Eco-theorie. Niet in zijn inleiding bij Eisner maar in het nu al twintig jaar oude ‘De slinger van Foucault’ heeft Eco het even lapidair als ironisch omschreven: ‘Er bestaat een geheime club met vertakkingen over de gehele wereld, die samenspant om het gerucht te verspreiden dat er een universeel komplot bestaat.’
Geheim, gerucht, universeel, dat zijn de sleutelwoorden. De angst ervoor is waarschijnlijk erger dan het ding zelf. Een complot is grotendeels perceptie, the Medium is the Message. Een complot bestaat dus eigenlijk alleen, of grotendeels, bij de gratie van zijn onthulling. Dat roept meer vragen op dan het er beantwoordt. Hoeveel echte complotten zijn nooit bekend geraakt? Hoeveel fictieve samenzweringen zijn ons in de maag gesplitst?
Is er meer dan een graadverschil tussen Lobby, Netwerk en Complot? Of, waarom niet, Loge, Sekte, Maffia? En wat is het complotgehalte van Facebook? Waarom worden complotten altijd ‘onthuld’ en heten netwerken ‘sociaal’? Daarin zit dus een/het verschil. Netwerkers en lobbyisten houden zich aan de bestaande ‘democratische’ wetten.
Comploteurs ontduiken de wetten, kapen ze of zetten ze naar hun hand. Ze schuwen geen schending van de mensenrechten. Ze maken zich schuldig of medeplichtig aan moord, marteling, vernedering van mensen.
‘De mens’, schreef Machiavelli, ‘is meer geneigd tot het kwade dan tot het goede, vrees en dwang beheersen hem meer dan de rede.’ (Geciteerd in de Protocollen zoals weergegeven door Will Eisner.)
Dat hebben al die half-openbare tot heel-geheime structuren met elkaar gemeen, ze zijn op zijn minst voor een deel opgetrokken uit menselijke slechtheid. Sommige complotten noemen zich gewoon Regering. Land. Of heilig.
(14 januari)
——-
* Will Eisner, Het Complot/Het verborgen verhaal achter de Protocollen van de Wijzen van Zion, 156 blz., Atlas, 2008
* John J. Mearsheimer & Stephen M. Walt, De Israëllobby, 560 blz., Atlas, 2007
2 comments januari 16, 2009
Proloog
Welkom, lieve lezer, op mijn ‘weblog’. Die wil ik voorlopig vooral gebruiken om ideeen en teksten die ik elders niet kan slijten een uitlaat te geven. Hopelijk heeft u soms zin om te reageren.
Ik heb al aardig wat artikels in mijn schuif die door redacties geweigerd werden omdat de inhoud volgens hen niet door de beugel kon. Ik wil mijn blog openen met een stuk dat ik afgelopen juli aanbood aan ‘De Gedachte’, de opiniepagina van De Morgen. Helaas bleek het niet te passen in ‘de brede waaier van opinies’ die daar geacht wordt aan bod te komen.
Het was niet de eerste keer dit jaar dat “de Gedachte’ een artikel van me weigerde. Afgelopen februari bood ik een stuk aan over de Amerikaanse voorverkiezingen, waarin ik onder meer betoogde dat het weinig zin had om aandacht te besteden aan de programma’s van de kandidaten. De crisis is zo diep, zo schreef ik, dat de overheid honderden miljarden zal moeten uittrekken om een ineenstorting van de financiele sector te vookomen, wat garandeert dat de volgende president een harde soberheidspolitiek zal moeten voeren. Van al die beloften van Clinton en Obama – ziekteverzekering voor iedereen etc- en McCain –belastingsvermindering- zal dus niets in huis komen. Het ziet er naar uit dat ik sneller gelijk krijg dan ik zelf had verwacht.
‘De Gedachte’ weigerde het stuk omdat er al genoeg in de krant stond over de Amerikaanse verkiezingen. Zouden lezers in dat rijke aanbod misschien ook wel iets zouden willen van de reporter die, zo lang als de krant al bestaat, alle Amerikaanse verkiezingen tot en met de vorige voor De Morgen verslagen had? Eindredacteur Bert Bultinck vond van niet. So be it.
Liever dan over zo’n zaken te kniezen besloot ik om mijn ongewenste opinies in cyberspace te lanceren. Ik weet niet hoeveel mensen dit zullen lezen maar het zullen er meer zijn dan als mijn stukken in een schuif (of computerschijf) blijven liggen.
Het mooie aan een weblog is dat het interactief kan zijn; het is heel makkelijk om een commentaar toe te voegen. Ik hoop dat sommigen van die mogelijkheid gebruik zullen maken. Het hoeft niet lang te zijn maar het mag. Ik droom dat mijn weblog een communicatie-medium wordt en niet zo maar een kreet in cyberspace.
6 comments oktober 6, 2008
Kniestukje 1
Fijn dat u mijn blog bezoekt en sorry dat het zo lang duurde eer ik er nog iets nieuw op zette. Ik heb het dan ook zeer druk gehad. Zo ben ik voor Vacature naar Mexico geweest om te kijken hoe de krisis er toeslaat. Hieronder vind u een rijkelijke geillustreerde versie van die reportage. Maar eerst iets over de ontstaansgeschiedenis van de krisis. Een lezer die zich herinnerde dat ik al zeven jaar geleden in De Morgen wees op de bubbelvorming in de Amerikaanse huizenmarkt, de groeiende schuldenberg op de hypothekenmarkt en de verbeelding tartende wildgroei van ‘derivatieve’ financiele instrumenten, verwonderde er zich over dat ik over de huidige krisis ‘niets te zeggen’ had. De waarheid is dat er zoveel over te zeggen valt dat ik niet wist waar te beginnen. Hieronder dan toch enkele beschouwingen maar er is natuurlijk zoveel meer over te zeggen. Laat u niet afschrikken door de ingewikkeldheid van het onderwerp. Ik vermijd obscuur en gespecialiseerd taalgebruik. Natuurlijk kijk ik uit naar uw reacties. Bij deze wil ik ook al diegenen bedanken die op mijn eerdere blog-posts (bestaat daar een Nederlands equivalent voor?) gereageerd hebben. Ik ben van plan om in een volgend ‘kniestukje’ op de inhoud van hun commentaren in te gaan. Ook dank aan diegenen die een link naar mijn blog naar mogelijke geinteresseerden doorstuurt.
Cheers,
tom
Add comment november 24, 2008
KRISIS!
De krisis van 2008 is echt wel een mijlpaal. Geen enkele gebeurtenis sedert de crash van 1929 en de grote depressie die daar op volgde, heeft zo duidelijk getoond dat de kapitalistische economie, ondanks haar soliede façade, bliksemsnel kan ontrafelen en ineenstorten. Geen enkele gebeurtenis heeft zo duidelijk laten zien hoe absurd, hoe achterhaald het is om het lot van de mensheid te laten bepalen door de noden van de accumulatie van kapitaal. De radeloze paniek van kapitaalbezitters, het plotse verdwijnen van biljoenen dollars en euros, de enorme moeilijkheden waarmee de diverse regeringen worstelen in hun pogingen om de situatie onder controle te krijgen…dit kan niet anders dan een groot impact hebben op het bewustzijn van de meerderheid van de wereldbevolking die haar arbeid moet zien te verkopen om te overleven en die nu haar levensomstandigheden gevoelig ziet achteruitgaan om geen andere reden dan dat de menselijke noden ondergeschikt zijn aan de noden van het kapitaal.
De kapitalistische ekonomie is het slachtoffer van haar eigen sukses. Historisch is ze ontstaan in condities van algemene schaarste en daar was ze ongetwijfeld een efficient antwoord op maar ze is niet aangepast aan omstandigheden waarin schaarste niet langer gegeven is. Ze kan te veel produceren, natuurlijk niet in verhouding tot de reele menselijke noden want die zijn groter dan ooit maar in verhouding tot de koopkracht die ze zelf genereert. Ze kan te goedkoop produceren, met te weinig arbeid, wat op zich uitstekend is maar in de kapitalistische context tot rampen leidt want koopkracht en winst ontstaan uit arbeid. Dat er al overaccumulatie was voor de huidige krisis bleek onder meer uit het feit dat de wereld bijna twee miljard werkwilligen telde die niet op winstgevende wijze aan het werk konden worden gezet. Nu groeit hun aantal razend snel. Massale afdankingen, loonverlagingen en allerlei bezuinigingen dringen zich op. Mensen moeten afzien om de condities te herstellen waarin kapitaal in zijn meest abstracte vorm, als pure financiele waarde, opnieuw kan groeien. Want dat is de ware drijfveer van de economie.
Al lijkt een ineenstorting op korte termijn onwaarschijnlijk, toch staan we wellicht voor een periode van langdurige krisis, waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt. Er zullen tijdelijke heroplevingen komen maar geen nieuwe boom. Er is zoveel fictief kapitaal in omloop dat het lang zal duren eer deze krisis is ‘uitgebrand’. De ellende die dit zal meebrengen is niet te overzien. Het enige wat we kunnen hopen, is dat het inzicht zal rijpen dat het zo niet langer kan. Dat het zo niet langer hoeft.
Intussen hebt u ongetwijfeld tal van verklaringen over de krisis gehoord en gelezen. De meeste wijten ze aan ‘wanbeheer’, ‘kapitalistische hebzucht’ en ‘Amerikaans neo-liberalisme’. Dergelijke ‘analyses’ komen natuurlijk meestal van links. Rechts vindt het moeilijk om ook maar iets coherent te zeggen over de puinhoop en praat soms zelfs links achterna, zoals toen John McCain fulmineerde tegen “Wall Street greed”. In tijden als deze is de linkerzijde erg nuttig voor het kapitalisme. Want als men wil vermijden dat het systeem zelf de schuld krijgt, zit er niets anders op dan ‘de excessen van de vrije markt’ op de korrel te nemen. Niet het kapitalisme maar slechte kapitalisten hebben het probleem veroorzaakt, is wat links eigenlijk zegt. Het systeem kan gered worden door scherper toezicht en beter bestuur.
Al die verklaringen schieten te kort. De landen die van het neo-liberaal model afweken deden het niet beter, misschien zelfs integendeel. Aan bewijzen van wanbeheer en hebzucht is er natuurlijk geen gebrek. Maar die zijn permanent en de krisis is dat niet. Dus leggen ze niets uit. Maar goed. De pendel schommelt de andere kant uit. ‘Neo-liberalisme’ is out, ‘neo-Keynesianisme’ is in. De verheerlijking van de vrije markt maakt plaats voor de verheerlijking van staatsinterventie. Greenspan, de guru van gisteren, verklaart zich geschokt in zijn vertrouwen in de magie van de markt en klopt zich berouwvol op de borst omdat hij met zijn superlage rentevoeten de vastgoed-zeepbel zo lang heeft laten aanzwellen. Nu vindt iedereen dat dat fout was. Waarbij men gemakshalve vergeet dat die vastgoed-zeepbel een consumptieniveau in stand hield dat de wereldeconomie draaiend hield.
Ik heb deze krisis al jaren geleden voorspeld maar ik was lang niet de enige. Je hoeft tenslotte geen genie te zijn om te begrijpen dat, als financiele assets opwaarderen aan een duizelingwekkend tempo terwijl de reele economie veel trager groeit, er onvermijdelijk een punt komt waarop hun waarde zal instorten. Of, juister gezegd, waarop het fictieve karakter van hun waarde zich zal manifesteren. De huidige recessie is niet veroorzaakt door de financiele paniek. Het ging eerder omgekeerd: de economische neergang doorprikte de financiele zeepbel. De vraag is waarom de economische groei, ondanks de indrukwekkende productiviteitsgroei van de laatste decennia, de krediet-expansie niet kon bijhouden. Of, om dit om te keren, waarom die financiele expansie kon gebeuren ondanks de veel tragere groei van de reele economie. De antwoord van de experten in de pers op dergelijke vragen vallen meestal onder de noemer van ‘menselijk falen’: hebzucht, slordigheid, domheid, kortzichtigheid…die allemaal te verhelpen zijn met meer toezicht en regelgeving, betere leiders…allemaal excuses om te blijven geloven dat er met het systeem zelf niets mis is.
De limieten van de globalisering
Even een stap achteruit zetten. We herinneren ons de krisissen, de stagnatie en de galoperende inflatie van de jaren 1970 die een einde maakten aan de robuuste groeiperiode na de tweede wereldoorlog. Daarna gaf de globalisering, mogelijk gemaakt door de informatie-technologie en de herstructurering van de wereldeconomie na het einde van de koude oorlog, het kapitalisme opnieuw wind in de zeilen. Sommigen zijn van oordeel dat de indrukwekkende expansie van de wereldeconomie sindsdien enkel berustte op een expansie van krediet, een accumulatie van schulden. Maar als dat waar zou zijn, zou de crash veel eerder gekomen zijn. De krediet-expansie was inderderdaad buiten proportie maar het feit dat ze zo lang kon doorgaan, vereist een verklaring. Ze zou niet mogelijk geweest zijn zonder een onderliggende expansie van reele waarde. ‘Van de productiviteit’, zeggen sommigen, ‘dank zij de technologische innovaties’. Maar als alleen dit het sukses van de voorbije decennia verklaart, wat verklaart dan de huidige krisis? In de laatste jaren heeft de globalisering vele hoog-technologische productiemethoden die eerder enkel in de meest-ontwikkelde landen gebruikt werden, veralgemeend.
Steeds meer producten worden in steeds minder arbeidstijd gemaakt, zelfs in wat we de derde wereld plegen te noemen. Ze kosten minder om te maken en de internationale concurrentie drijft hun prijs omlaag. De snelheid waarmee dit gebeurt overvalt de investeerders. Ze verwachtten dat de forse winsten die de eerste fase van de globalisering kenmerkten zouden blijven groeien maar de prijsdaling versmalde hun winstmarge.
De globalisering bracht een expansie van reele waarde omdat ze een grotere exploitatie van arbeidskracht mogelijk maakte. Ze maakte de wereldmarkt meer verwoven, breder en efficienter en herstructureerde de productie in wat vaak the global assembly line wordt genoemd, een steeds groter deel van de industriele productie verplaatsend naar wat onderontwikkelde landen waren die eerder nauwelijks participeerden in de wereldmarkt. Profiterend van de lage levensstandaard in die zone, kon het kapitaal niet alleen de exploitatie van goedkope arbeidskracht extreem verhogen maar ook, doordat de dreiging om werk naar elders te verplaatsen zo geloofwaardig werd, looneisen zowat overal ontmoedigen. Dat was goed voor de winstgroei. En dat is tenslotte wat in dit systeem investeringen en groei op gang houdt.
De globalisering bevorderde bovendien een herverdeling van waarde op de markt die de winsten van de hoog ontwikkelde landen aandikt en die van de minder ontwikkelde afkalft. Je kunt het vergelijken met de positie van olieproducenten tijdens de jongste boom-fase. De vraag neigt het aanbod te overtreffen zodat ze een prijs kunnen vragen die een meerwinst bevat, die niets te maken heeft met hun productiekosten maar alles met hun marktpositie. Op dezelfde wijze hebben de meest geavanceerde bedrijven, die met de hoogste graad van technologische vernieuwing en productiviteitsgroei, een competitieve voorsprong die hen toelaat om hun waren te verkopen met een meerwinst. Die meerwinst scoren ze op de globale markt.
De globalisering leverde dus enorme winsten op in de meest ontwikkelde delen van de wereld. Die winstexpansie voedde het optimistisch geloof in haar blijvende groei en een kapitalisatie op basis van die verwachting. Die stimuleerde een capaciteitsgroei en een veralgemening van goedkope productiemethoden. De globalisering begon de wortels van de winstexpansie weg te vreten. Meer dan ooit werd marktpositie dé factor die sukses of mislukking bepaalt. Tal van bedrijven, van computerchipmakers tot sneakerproducenten, begonnen meer uit te geven aan marketing dan aan productie.
Haar apologeten beloofden dat de globalisering haar eigen, expansieve markt zou creeren. En tot op zekere hoogte gebeurde dat ook. Het zgn. ‘multiplicator-effect’ zorgde ervoor dat, in vele delen van de wereld, de middenste lagen groeiden en welvarender werden. Dat moedigde ook een krediet-expansie aan vanuit de verwachting dat zo zou blijven duren. Maar de limieten van de marktexpansie die de globalisering meebrengt, kwamen tien jaar geleden pijnlijk aan het licht in de Aziatische krisis. Wat die toonde is dat een groot deel van de winst die voortkomt uit de exploitatie van de arbeidskracht in lage- loonlanden, niet winstgevend kan geherinvesteerd worden in die landen.
Dezelfde kwestie stelt zich vandaag. Je hoort soms mensen zeggen, landen als China en India hebben dankzij de globalisering enorm veel geld verdiend en tegelijk zijn de noden daar zo immens. Waarom investeren ze hun financiele overschotten niet in de expansie van hun binnenlandse markt, wat dan op zijn beurt de hele wereldeconomie zou stimuleren? Het klopt dat er veel kapitaal is in China en India en dat daar ook honderden miljoenen boeren, landarbeiders en werklozen zijn die niets hebben. Maar zij hebben ook niets dat de Chinese en Indiase kapitaalbezitters (staat en privé) willen, zelfs niet hun arbeidskracht, tenzij die kan gebruikt worden om goederen te maken voor een andere, buitenlandse markt.
De Aziatische krisis die ook Latijns Amerika en Rusland besmette, toonde dat de expansie van de binnenlandse markt in landen recent geintegreerd in de globale economie, strikt afhankelijk is van de expansie van hun buitenlandse markt. Ze toonde ook dat deflatie een groeiend probleem zou worden. De implosie van de financiele zeepbellen, de scherpe devaluaties en dalende prijzen tijdens en na de kettingreactie die in Thailand begon, kondigde de terugkeer aan van onoverkomelijke problemen die enkel te wijten zijn aan het feit dat het kapitalisme zijn nut voor de mensheid overleeft. In een context waarin bijna overal bijna om het even wat goedkoop kan gemaakt worden, wordt overaccumulatie, overcapaciteit en dus dalende prijzen en winsten, onvermijdelijk. Dit treft de zwakste concurrenten het eerst. Het onvermogen van het kapitalisme om een markt te creeren die even snel groeit als de productiecapaciteit en de dalende waarde van wat geproduceerd wordt, vreten daar het eerst aan lonen en winsten. Gezien het gevaar van verdere devaluaties en de groeiende limiet op winstgevende investeringen thuis, werden de kapitaalbezitters in die landen dan ook meer en meer geneigd om hun geld te versluizen naar veiliger oorden, waar deflatie nog geen probleem was. In 2004, volgens cijfers van de Morgan Stanley Bank, vloeide 80 procent van het netto-spaargeld van de wereld naar de VS.
Waar het meer dan welkom was. Ongeacht of de president Republikein of Democraat is, cultiveert Washington Amerika’s safe haven-imago. Heel de buitenlandse politiek, militair machtsvertoon inbegrepen, is daarop gericht. Zelfs toen de implosie van de zogenaamde dot.com-zeepbel in 2000 biljoenen dollars van tafel veegde, werd de stroom van kapitaal naar de VS nauwelijks onderbroken. Er was een vast patroon tot stand gekomen. De Amerikaanse economie leefde, elke jaar wat meer, boven zijn middelen; kocht elke dag voor miljarden meer dan ze verkocht, betaalde door dollars te drukken die gedekt werden door staatsschuld; die werd opgekocht door de landen die aan de VS meer verkochten dan ze ervan kochten met de dollars die ze aan dat handelsoverschot overhielden. Het is, op de keper beschouwd, een heel vreemde relatie waaruit geen van beide partijen zich kan terugtrekken. Door op de protectionistische toer te gaan, zou Washington de VS ongetwijfeld in een depressie duwen maar een ineenstorting van de Amerikaanse markt zou voor Japan en China even vernietigend zijn.
Ook het kapitaal van de meest ontwikkelde landen zocht een veilige haven waar de winsten die de globalisering had opgeleverd hun waarde konden behouden en vermeerderen. Waar kon het naartoe, nu de dot.com-implosie getoond had dat het optimisme van de financiele markten over het groeivermogen van IT- en andere high tech-bedrijven op wishfull thinking steunde en traditionele sectoren zoals de auto-industrie steeds meer met overcapaciteit kampten? De gecombineerde internationale vraag duwde, vooral in de VS maar ook daarbuiten, de prijs omhoog van alle assets waarin geld ‘geparkeerd’ en snel weer liquide gemaakt kon worden als de gelegenheid om het ergens met meer winst te investeren zich voordeed. De combinatie van stijgende prijzen en lage rentevoeten die lenen goedkoop maakten, moedigde consumenten en bedrijven aan om schulden te maken die gedekt werden door de toekomstige meerwinst die hun opwaardering zou meebrengen, als de trend zich tenminste zou voortzetten.
De fundamentele reden waarom financiele assets zoveel sneller in waarde toenamen dan de reele economie is dat de vraag naar hen geen plafond heeft en die naar alle andere waren wel. Geld kun je nooit genoeg hebben, computers, auto’s, plasma-tv’s en schoenen wel (behalve Imelda Marcos). In een context van globale overcapaciteit en een groeiende deflatoire tendens schiet de vraag naar financieel kapitaal omhoog omdat, om good old Karl Marx te citeren, “alle koopwaren bederfbaar geld zijn en hun waarde verliezen als ze niet verkocht worden, terwijl geld de onbederfbare koopwaar is” (Grundrisse). Althans in schijn, zo legde hij verder uit.
De financiele sector in de VS en daarbuiten was er als de kippen bij om aan de vraag naar assets waar winsten veilig geparkeerd konden worden tegemoet te komen. De creatie van allerlei nieuwe financiele waren kende een wildgroei. Elk jaar werden de bedragen duizelingwekkender, de constructies waarop ze gebaseerd waren, bouwvalliger. Niemand had er nog een zicht op. Maar de vraag deed hun prijzen stijgen wat schijnbaar bevestigde dat ze inderdaad veilige havens voor kapitaal waren. Zoals in alle piramide-schema’s was het essentieel dat de vraag bleef stijgen. Zoals gezegd, was de politiek van de VS daar in hoge mate op gericht. Men ging heel ver in de stimulering van de huizenmarkt omdat de opwaardering daarvan zo’n belangrijke rol speelde in de instandhouding van het consumptieniveau dat de globale vraag in stand hield en de deflatie in de meest ontwikkelde landen op afstand hield. Maar de maatregelen werden steeds wanhopiger. Zoals de ninja-leningen (‘no income, no job or assets’) waarmee steeds meer woningen verpatst werden. Hoewel het op voorhand duidelijk was dat dergelijke leningen nooit zouden worden terugbetaald en dat vele leners bij de eerste economische neergang bankroet zouden gaan, was er geen alternatief dan de zeepbel blijven lucht inblazen.
De crash
De globalisering had een expansie van reele waarde op gang getrokken maar de pogingen om dat in stand te houden hadden tot een buitenproportionele groei van het financieel kapitaal geleid. Dat kapitaal kan zijn waarde slechts behouden als het betrokken blijft bij de creatie van nieuwe waarde in de reele economie. Daarom was geld volgens Marx alleen schijnbaar een onbederfbare koopwaar. Geld onleent zijn waarde tenslotte aan het feit dat het omwisselbaar is, dat het de plaats kan innemen van alle andere koopwaren. Zijn waarde wordt dus eigenlijk bepaald door de waarde van alle andere waren. Daarom moesten de opwaardering van de financiele assets (in de ruime zin, huizen inbegrepen) en de deflatoire tendens in de reele economie wel botsen en onthullen dat er gewoon veel te veel financieel kapitaal is dat allemaal zijn deel opeist van toekomstige winsten, dat de waarde die het beweert te vertegenwoordigen voor een groot stuk fictief is. De safe haven bleek toch niet zo veilig. Maar als de illusie er niet was geweest, waar zouden al die kapitalen een toevlucht hebben gevonden? Zonder de huizenmarkt-zeepbel zou de krisis wellicht al enkele jaren eerder hebben toegeslagen.
Tientallen biljoenen dollars, euros, enz., zijn verdwenen sedert de kredietkrisis begon en het einde is nog lang niet in zicht. Dat is heel erg voor diegenen die dat geld kwijt zijn maar op zich heeft het wel, voor het herstel van de condities voor kapitaalsaccumulatie, zijn goede kanten: de financiele markt wordt minder overbevolkt, voor de sterke kapitalen ontstaan er gelegenheden om zwakkere broertjes aan een spotprijs in te lijven, kosten (energie, lonen) dalen, de deflatie in zwakkere landen verkleint de importrekening…Maar dit alleen volstaat niet om de ontrafeling stop te zetten. Ze kan enkel (tijdelijk) gestopt worden door de massale creatie van nieuwe schulden door de staat. De krisis is een krisis van fictief kapitaal die wordt ‘opgelost’ door… de creatie van nieuw fictief kapitaal.
Aan de biljoenen die besteed werden om de ineenstorting van het financiele systeem te beletten zullen vele biljoenen worden toegevoegd om de deflatie op afstand te houden in de meest ontwikkelde landen. Al voor de verkiezingen drong Ben Bernanke (de voorzitter van de Fed, centrale bank) aan op het soort stimulus-programma dat Obama beloofd had en deze week liet de nieuwe president verstaan dat de ernst van de situatie hem zal dwingen om nog meer uit te geven dan hij van plan was. De linkerzijde in Amerika eist een nieuwe ‘New Deal’, vergetend dat de Amerikaanse economie tijdens de New Deal bleef achteruitboeren, tot de wereldoorlog begon. In de jaren 1970 ging men de krisis ook zo te lijf en stagflatie was het resultaat. Het zou me verbazen als Obama’s team van belegen ekonomen het zo ver zou laten komen. Maar dat de staatsschuld scherp zal stijgen staat buiten kijf. Er zal ook meer toezicht komen, meer staatsinterventie. Staatskapitalisme zit internationaal in de lift. Maar ondanks alle hervormingen, verandert er fundamenteel niets. Er wordt meer schuld gecreeerd om de ontwaarding van oude schuld tegen te gaan.
Maar zo verplaatst het knelpunt zich van het vertrouwen in banken en andere financiele ondernemingen naar het vertrouwen in de staat. In vele landen die al in de greep van deflatie zijn, is dat vertrouwen al aan flarden. Maar op korte termijn neemt het vertrouwen in de staat in de sterkere landen toe. In het bijzonder in de VS vanwege zijn ankerrol in het politiek/economisch/financieel bestel.
Door de grote vraag van kapitaal dat aan de financiele stormen zoekt te ontsnappen, verkopen Amerikaanse schatkistcertificaten als zoete broodjes, zelfs aan een rentevoet van bijna nul. Zelfs de dollar stijgt erdoor. Die trend geeft aan Obama enige ruimte om de geldkraan open te zetten.
Maar het buitenlands kapitaal moet een groot deel van die stijgende Amerikaanse staatsschuld blijven opkopen. Dat heeft economische maar ook geopolitieke implicaties. De groeiende Amerikaanse schuldenlast tegenover China (dat nu Japan heeft voorbij gestoken als Amerika’s grootste schuldeiser) bijvoorbeeld en het gevaar voor China dat die schulden nooit vereffend zullen worden, kunnen niet anders dan de internationale machtsverhoudingen beinvloeden. Maar dat valt buiten het kader van dit stuk. Ongeacht de geopolitieke verschuivingen lijkt het me onvermijdelijk dat, naarmate de staatsschulden wanstaltiger groeien, het vertrouwen in het vermogen van de staat om de waarde van zijn schuldcertificaten te garanderen steeds fragieler zal worden. Het vertrouwen in het vermogen van de staten om door gezamenlijke actie een collectieve rush van kapitaalbezitters naar de uitgang te voorkomen zal ook steeds fragieler worden, naarmate de financiele reserves van die staten minusculer worden in vergelijking met de zwellende geld- en schuldenstroom. Als belangrijke banken falen, springt de staat in de bres. Maar wie springt er in de bres als belangrijke staten falen? Omdat de vraag rethorisch is, dreigt de volgende krisis de huidige op kinderspel te doen lijken.
Tom Ronse
2 comments november 24, 2008
KUIFJE IN MEXICO
“Als de VS een kou vatten, krijgt Mexico een longonsteking”, is een klassieker maar dit keer is het niet waar, beweert president Felipe De Calderon. Mexico staat volgens hem sterker dan in vorige crisissen. Een kijk ter plaatse toont dat veel werknemers alvast rake klappen incasseren en bang zijn voor wat er nog op komst is. De toestand is ernstig maar niet hopeloos. Of is het net omgekeerd?
Allerzielen –El Dia de los Muertos- is in Mexico een feestdag die meer op karnaval lijkt dan op ons droevig kerkhofbezoek. In het centrum van Mexico-stad zijn de straten vol kuierende mensen en kinderen verkleed als duiveltjes en spoken. Op de Paseo de la Reforma, een brede boulevard aan beide kanten omzoomd met groene stroken, krijgen de papier maché-monsters die eerder in een stoet defileerden, veel bekijks.
Ze zijn dan ook prachtig. Mensen genieten. Ze trekken kiekjes met hun mobieltjes en knabbelen geroosterde mais en gesponnen suiker. “Hoe gaan de zaken?”, vraag ik aan Rosario Sanchez vanwie ik een roze suikerwolk koop die ik terstond wegschenk aan een verbaasd jongetje. “Niet zo goed”, antwoordt ze, “la crisis, señor.” Haar omzet is een derde kleiner dan vorig jaar. Een derde minder klanten -dat is ook het doorsnee-antwoord van de taxichauffeurs die me spotgoedkoop door deze gigantische metropool laveren. Als ik hen vraag hoe ze daarop reageren, antwoorden ze allemaal: minder uitgeven en langer werken. Sommigen werken 16 uren per dag, zes en soms zeven dagen per week. Aan de vijfde chauffeur die me dat vertelt, zeg ik: “Maar als alle taxichauffeurs langer werken dan verdienen jullie toch niet meer? Als het aantal klanten even laag blijft, dan rijden er alleen meer lege taxi’s rond.” De chauffeur staart zwijgend naar het drukke verkeer en zegt dan: “Dat is misschien wel waar señor,maar als ik het niet doe, verdien ik nog minder.” Het is een race to the bottom die in heel Mexico aan de gang is.
In mijn halfleeg hotel pakken ze de crisis anders aan. Al het personeel werkt een dag minder, vertelt Rosa, de receptioniste. Hun loon daalt navenant maar op die manier moest voorlopig niemand afgedankt worden. “Het valt nog te bezien hoe lang dat volstaat”, zegt Rosa, “ de enige oplossing is dat de toeristen terugkeren”. Meer dan de helft van de toeristen in Mexico komt uit de VS. De stijgende criminaliteit die dit jaar veel weerklank kreeg in de media had hun aantal al geslonken maar de Amerikaanse crisis heeft de neergang nog versneld.
- Alejandro Ramirez
Maar terug naar de Paseo de la Reforma, waar ik in gesprek geraak met Alejandro Ramirez, een dertiger die met zijn zoon op stap is. Hij is technisch ingenieur en werkte voor een auto-onderdelenbedrijf in Vallejo, aan de rand van de stad. Werkte, want het bedrijf heeft wegend de gedaalde vraag uit de VS de helft van zijn personeel ontslagen, Alejandro inbegrepen. Hij verdiende zo’n 250 pesos per dag, niet slecht naar Mexicaanse normen. Nu verdient hij niets. Werklozensteun bestaat niet in Mexico. Wel kreeg hij als ontslagpremie 3 maanden loon uitbetaald. “Als ik geen werk vind –en het ziet er niet goed uit- dan kan ik met dat bedrag misschien een zaak opstarten”, zegt Alejandro, “een taxibedrijfje misschien, ik heb al een wagen…” Ik wens hem veel geluk.
Verder wandelend passeer ik langs een bijna naakte man die aan een kruis hangt. Somber staart hij voor zich uit. Hij blijkt deel uit te maken van een demonstratie die wat verder aan de gang is op een parking tussen blinkende torengebouwen. Een honderdtal mensen met indiaanse trekken roept slogans en danst op het ritme van trommelaars.
De mannen dragen enkel een poster voor hun familiejuwelen, de vrouwen zijn volledig naakt. “Dit om aan te geven dat we tot op de draad zijn uitgekleed”, legt Nereo Cruz, een leider van de demonstranten me uit. Hij vertelt dat zijn groep 3000 boerengezinnen uit de staat Veracruz vertegenwoordigt aan wie de regering grond had beloofd. In plaats daarvan werden ruim 300 onder hen aangehouden. Terwijl ze opgesloten waren, werd hun land in beslag genomen. “De meesten van ons werken nu als dagloners”, zegt Nereo, “maar er is steeds minder werk en we verdienen slechts 70 pesos (4,3 euro) per dag. Daar koop je niet veel mee. Sedert de crisis begon, is de inflatie omhoog geschoten.”
Later praat ik op de krant La Jornada met journalist Luis Hernandez die het leven in ruraal Mexico op de voet volgt. “De peso is sedert de crisis begon met 28% gedaald tegenover de dollar, ondanks interventie door de centrale bank”, legt hij uit. “Alles wat geimporteerd wordt, wordt dus een pak duurder. Dat treft de armsten het hardst want bijna 65% van het voedsel in Mexico wordt ingevoerd. De situatie van de plattelandsbevolking was al hachelijk. De concurrentie van de Amerikaanse, gesubsidieerde agrobusiness heeft sedert Nafta (het Noord-Amerikaans vrijhandelsverdrag) in 1994 werd ingevoerd meer dan een miljoen campesinos de grond ingeboord. Vele gezinnen kunnen slechts overleven doordat ze elke maand wat geld krijgen toegestuurd door een familielid dat in de VS werkt. Er werken zo’n 20 miljoen Mexicanen in de VS, de helft illegaal. De illegalen zijn de eersten die ontslagen worden. Sommigen voorspellen dat tot drie miljoen Mexicanen zullen terugkeren. Dat geloof ik niet want ze zouden het hier nog slechter hebben dan ginder. Maar zonder werk kunnen ze geen geld opsturen. Dat voelen we nu al goed. Voor veel mensen betekent dat hongerlijden. En omdat ze minder dollars in pesos omzetten, daalt de peso nog meer, wat nog meer honger betekent. Mexico heeft een jonge bevolking. Om de groei van het arbeidsaanbod bij te houden, zouden er elk jaar ruim een miljoen arbeidsplaatsen gecreeerd moeten worden. Dit jaar zullen er slechts 300 000 bijkomen, volgend jaar nog minder. Dat betekent miljoenen werklozen meer, vooral op het platteland.”
“Wat gaat er met hen gebeuren?”, vraag ik.
“Vroeger zouden velen van hen naar de VS gaan werken”, zegt Hernandez, “maar nu de werkloosheid daar stijgt en de controle op illegale immigranten verscherpt is, is die uitlaapklep afgesloten. Vele jongeren zullen naar de steden trekken, waar er ook geen werk is.” Wat blijft er over? “Als je op de Mexicaanse buiten rondreist”, vertelt Hernandez, “dan bots je, in een zee van armoede, soms op eilandjes van pralerige luxe. Enorme villas met een uitgebreid wagenpark. Je kan er van op aan dat daar iemand woont die door de drughandel rijk is geworden. De werkloze jongens uit de schamele huisjes zien dat de drughandelaar de enige is in hun wereld die het gemaakt heeft. Natuurlijk willen ze in zijn voetsporen stappen.”
“Bij gebrek aan alternatieven dreigt de drugshandel naar de VS nu nog toe te nemen”, zegt Laura Carlsen, directeur van het Americas Program van het Internationtional Relations Center. “Onder Amerikaanse druk heeft Mexico de oorlog verklaard aan de drugsbenden. Die heeft tot nu toe weinig opgeleverd maar er zijn wel duizenden onschuldigen in het kruisvuur omgekomen. Bovendien neemt die drugsoorlog een flinke hap uit de begroting zodat er minder geld overblijft om de crisis in te dijken.”

Professor Arnulfo Gomez
Professor Arnulfo Gomez, een econoom van de Universidad Iberoamericana, vat de situatie voor me samen. “De crisis betekent een daling van onze export, waarvan 84% naar onze noorderbuur gaat, een daling van de buitenlandse investeringen die voor de helft uit de VS komen, lagere prijzen voor onze olie die 40% van de begroting financieert, minder toerisme, minder migratie naar de VS en minder geld dat terug gestuurd wordt, kortom, een ramp. Nu is het wel waar dat Mexico er financieel beter voorstaat dan in vorige crisissen maar anderzijds gaat onze concurrentiepositie achteruit. Tussen 1993 en 2000 groeide onze export het snelst van alle landen maar sindsdien zijn we naar de 26ste plaats gezakt.” De Mexicaanse centrale bank doet er volgens hem verkeerd aan om de peso te ondersteunen door dollars te verkopen. “We moeten de peso dieper laten zakken zodat we internationaal competitiever worden. Het is waar dat dit de invoer nog duurder zou maken. Maar dat zou onze nationale industrie de kans geven om een stuk van de binnenlandse markt te heroveren op buitenlandse concurrenten”. De Mexicaanse regering wil de crisis indijken door de binnenlandse markt aan te zwengelen maar volgens Gomez kan dat niet lukken zonder exportgroei. “De binnenlandse markt is gewoon te klein om de tewerkstelling te stimuleren”, zegt hij. “Van de werkende bevolking verdient 80% minder dan 270 pesos (16,6 euro) per dag. Het minimumloon bedraagt slechts 52,9 pesos (3,2 euro)”.
“De binnenlandse markt krijgt zware klappen”, zegt José Levy Rimoch, directeur van Biotrade, een bedrijf dat onder meer tapijten uit West-Vlaanderen importeert. “De mensen kijken de kat uit de boom, ze zijn bang om te kopen. De grootwarenhuizen raken in moeilijkheden. Betalingen slepen aan”. Toch is hij, wat zijn bedrijf betreft, optimistisch. “Dit is een oorlog”, zegt hij, “een commerciele oorlog die de besten zullen winnen. In ons bedrijf werkt iedereen, van de baas tot de magazijniers, onbetaald een half uur langer. Onze vertegenwoordigers krijgen een betere opleiding. We verbeteren onze klantenservice. We onderzoeken op alle mogelijke manieren hoe we onze concurrenten een stap voor kunnen blijven. Ik ben zeker dat we dit zullen overleven”.
Leonora Martinez, een juwelierster die in Antwerpen een opleiding van goudsmid volgde, is er niet zo zeker
van. “Je ziet het in alle winkels: de verkoop daalt. 2009 wordt een heel moeilijk jaar”, zegt ze. “Dat de armen armer worden, maakt voor mijn verkoop geen verschil, die kochten toch geen juwelen. Maar de middenklasse geeft veel minder uit. De jongeren die om een verlovingsring komen, kiezen kleinere stenen, de señoras brengen me hun oude juwelen om te herstellen of te smelten in plaats van nieuwe te kopen. De mannen kopen niet. Voorlopig is mijn verkoop met 30% gedaald. We lijken op weg naar een stilstand. Alleen de superrijken blijven uitgeven. Ik vrees dat ik de komende 2, 3 jaar van hen zal moeten leven of iets anders beginnen.”
Een groepje in Mexico wonende Belgen die ik op een lunch ontmoet blijkt ook sceptisch over de beloften van de regering om de binnenlandse markt te stimuleren. “Waar gaan ze het geld vinden?’, vraagt Frantz Guns, een consultant van Aalsterse komaf. “De pas goedgekeurde begroting gaat uit van een olieprijs van 70 dollar per vat maar de Mexicaanse olie haalt nog slechts 50 dollar. En de noden groeien. Een derde van de bevolking is 14 jaar en jonger. Die jeugd moet gevoed en geschoold worden en werk vinden. De spaarpot van Mexico is te klein om dat intern te financieren. De oliespaarpot wordt elk jaar kleiner.”
“Mexico heeft een miljoen nieuwe social woningen nodig per jaar”, merkt Bart Pattyn, de regionale manager van Coface op. “Dit jaar werden er nog geen 700 000 gebouwd. De woningnood groeit. Anderzijds is het wel zo dat er geen hypothekencrisis is zoals de VS. Daarvoor waren de banken hier te zuinig met hypotheken. In Mexico wordt een huis nog vaak kamer per kamer gebouwd.”
’s Avonds woon ik een les bij, ‘Nederlands voor gevorderden’, gegeven door de in Mexico wonende VRT-medewerker Frank Silkens. Ik vraag de leerlingen wat zij van de crisis merken. Stijgende levensduurte, zegt iedereen. De tortilla’s zijn al twee keer zo duur als vorig jaar. “Op tv zijn er reclamespots waarin acteurs zeggen dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat Mexico sterk staat.”, zegt Benjamin. “Dan denk ik, jullie hebben makkelijk praten”. Carla is manager voor een firma die schoonheidsproducten verkoopt volgens het Avon-model. “Onze verkoopsters hebben 21 dagen om te betalen”, vertelt ze, “maar ze gebruiken hun opbrengst om kleren en eten te kopen en zeggen dan, sorry we zij blut. Ze staan al voor 3 miljoen pesos in de schuld. Zo wordt het voor ons ook moeilijk om onze leveranciers te betalen.” Dat verhaal, waarvan José Levy me ook een versie vertelde, hoor ik nog vaak. De keten van betalingen breekt op duizenden plaatsen in Mexico.
Hoe overleven de arme Mexicanen in zo’n barre omstandigheden? Het is een vraag waar iedereen me hetzelfde antwoord op geeft: de familiebanden zijn sterk in Mexico, men deelt het weinige wat men heeft, de crisis versterkt de solidariteit. “Toen ik uit Antwerpen wegging, beklaagde een van mijn professoren me omdat ik naar ‘een arm land’ terugkeerde”, vertelt Leonora. “Ik zei hem: ‘hier in Antwerpen groeten de mensen elkaar niet, ze helpen elkaar niet, ze leven alleen. Naast Mexico is Belgie een arm land”.
Tom Ronse
Add comment november 24, 2008
KNIESTUKJE 2: REACTIES
Ik dank al diegenen die me publiek via deze blog of privé via email aanmoedigende reacties gestuurd hebben. Sommige reacties zijn zelf kleine essays die de blog verrijken. Hieronder enkele reacties van mijn kant.
Over mijn stuk over de zelfdoding van Bettina Schardt vonden sommigen dat ik “nogal kort door de bocht ging”. Zoals Marcel opmerkte, het onderwerp is complex. Ik ben akkoord met Rikkie Van Lent die schreef: “ Dat neemt niet weg dat er aan de basis zelf, bij de meeste mensen in de verzorgingssector, de wil bestaat om een hoogstaande service aan te blijven bieden. Misschien moet de westerse beschaving ook eens in de leer gaan bij b.v. de Afrikaanse, waar het nog logisch is dat een ouder familielid door zijn nakomelingen wordt verzorgd maar daarnaast ook nog maatschappelijke taken blijft vervullen.”
Mijn intentie was niet kritiek op de verzorgers, maar aangeven dat het veraangenamen van de zonsondergang voor bejaarden makkelijk een maatschappelijk hoofddoel zou kunnen zijn: de wil en de middelen daartoe bestaan, net als voor zoveel ander zinnig werk dat nu niet of slecht wordt uitgevoerd omdat we de gevangenen zijn van een achterhaalde sociale orde.
Over mijn kritiek op links schreef Jaycee:
“De motor van onze economie, de bankindustrie, is nu gecrashed. Ik probeer met, samen met jou, een ander banksysteem met bijhorende wereld in te beelden. Maar het lukt me niet.
De schuld van links is, zoals je zegt, onmiskenbaar. Maar Links (van groenen over sociaaldemocraten tot communisten) hebben de ‘vrije markt’ niet uitgevonden. Dat deden de machtigen en de rijken, naar het woord van Adam Smith: ‘De regering is er om de rijken te beschermen tegen de armen.’ Help, Tom!”
Beste Jaycee, ik probeer me helemaal geen ander banksysteem in te beelden. Ik probeer me een wereld zonder banken in te beelden. Een economie met een andere motor, de collectieve noden van de mensheid. Links doet dat niet: die heeft de markt weliswaar niet uitgevonden maar intussen toch innig omarmd. Het klopt dat rechts er is “om de rijken te beschermen tegen de armen” maar links is er om het kapitalisme te beschermen tegen de werkende bevolking, tegen de armen, en soms zelfs tegen de rijken en tegen zichzelf.
In een genuanceerde reactie op mijn krisis-analyse schreef Patrick Decoodt onder meer:
“Ik vind volgende stelling dus onjuist :” De globalisering bevorderde bovendien een herverdeling van waarde op de markt die de winsten van de hoog ontwikkelde landen aandikt en die van de minder ontwikkelde afkalft.” De globalisering heeft de winst van een aantal grote multinationals aangedikt, hun gebruik van goedkope arbeidskracht is geglobaliseerd zoals je goed uitlegt. Het klopt m.i. niet dat de arme landen waarin de uitbuiting van lokale arbeid door multinationals is toegenomen “afkalvende winsten” hebben, zelfs niet dat ze armer zijn geworden. China of India, zowel Staat als bevolking, zijn nu toch niet gemiddeld armer dan 20 jaren terug.”
Beste Patrick, ik beweer ook niet dat ze armer zijn geworden. Hun integratie in de wereldmarkt heeft ongetwijfeld hun productiviteit verhoogd en hun export-winst heeft een multiplicator-effect op de binnenlandse economie. Maar dat op zich weerlegt de stelling niet dat er op de wereldmarkt een voor bedrijven uit die landen ongunstige ruilvoet tot stand komt. Niet de hele economie wordt versluisd naar landen als China en India, wel ‘fordistische’ industrie, klassieke grootschalige massaproductie wiens winstvoet in de eerste grote naoorlogse krisisperiode (de jaren 1970) fors gedaald was. Maar de overgrote meerderheid van de ‘cutting edge’-bedrijven in alle sectoren blijft in handen van westers/Japans kapitaal. Mijn stelling is dat die bedrijven, omdat zij de beste middelen hebben om door technologische vernieuwing hun kosten voortdurend onder de gangbare norm te brengen en om nieuwe producten op de markt te brengen, een meerwinst aan hun prijzen kunnen toevoegen die ze enkel aan hun superieure marktpositie danken. Maar dit is een onderwerp waardoor ik me hier niet wil laten meeslepen, uit vrees om de aandacht van mijn toch al niet zo talrijke lezers te verliezen.
Tenslotte nog een bloemetje voor deze nuchtere observatie van Marcel Grauls:
“Economie wordt vaak als een exacte wetenschap voorgesteld: wiskunde, curven, tabelletjes en zo. Dat ergert me. Maar het is wel degelijk alfa, niet beta. Je kunt Nietzsche en Aspe al even makkelijk in curven stoppen.”
Add comment december 30, 2008
STAREN IN ZWART WATER
De nabije toekomst van de wereldeconomie voorspellen is als staren in een inktzwart meer en raden hoe diep het water is. Heel, heel erg diep, zoveel is zeker. Maar niemand weet hoeveel fictief kapitaal er nog verborgen is en hoeveel ervan verdwijnen moet vooraleer de economie voldoende ontlast is om op adem te komen. Voorlopig heeft de crisis, hier in de VS alleen al, 15 biljoen dollars[i] verslonden, en nog biljoenen meer in de rest van de wereld. En het einde is niet in zicht. Zoals een lawine die alles op haar pad vernielt en in haar rush naar omlaag steeds groter wordt, wordt de schulden-deflatie met de tijd steeds verwoestender want haar effecten –dalende prijzen, ineenstortende waarden, spreidende bankroeten, geconstipeerde kredietmarkten, stijgende werkloosheid- versterken elkaar.
Veel keuzemogelijkheden hebben onze regeerders niet. Een optie, die misschien vanuit abstract economisch standpunt het meest logisch zou zijn, is om min of meer niets doen. Hier en daar een pleister plakken maar voor de rest de bevolking aanmanen om op de tanden te bijten en geduldig te wachten tot de lawine de bodem heeft bereikt. Een crisis is per slot van rekening een moment van correctie en als die correctie zich niet mag voltrekken, zal het onderliggende probleem niet verdwijnen. Maar de crisis is geen precies chirurgisch instrument dat de zieke delen wegsnijdt en de gezonde delen onaangetast laat. De krimpende markt, de dalende winstvoet en het verkrampt krediet, treffen iedereen. Geen sector die zegt, ‘ons hoef je niet te helpen, wij gooien ons wel op de brandstapel’. En geen staat kan er vertrouwen in hebben dat ze voldoende controle heeft over haar bevolking om zo’n ontwrichtend proces lijdzaam te laten gebeuren zonder grote sociale omwoelingen te riskeren. Griekenland is een teken aan de wand. Wat daar onlangs gebeurde bleef eigenlijk nog vrij beperkt maar toch… als dit een voorproefje was, zal de maaltijd de heren en dames regeerders niet smaken.
De risico’s zijn te groot voor de laissez faire-optie, zelfs in een gematigde versie. Overal zullen regeringen wanhopig proberen om de crisis in te dijken. Maar de vraag is of ze daartoe nog de nodige middelen hebben.
De beperkte reikwijdte van monetaire maatregelen is al pijnlijk duidelijk geworden. Zelfs een rentevoet van nul is niet laag genoeg om het krediet weer te doen stromen als er geen vertrouwen in morgen is. Zelfs als Fed-voorzitter Ben Bernanke vanuit een helicopter dollarbriefjes zou gooien naar de consumenten, zoals hij ooit half-grappend zei dat hij zou doen in een deflatiecrisis, dan nog zouden de meeste mensen zo weinig mogelijk uitgeven, vanwege hun bange onzekerheid en de waarschijnlijkheid dat ze geld uitsparen door aankopen uit te stellen. Om dezelfde reden zou ook belastingsvermindering niet veel impact hebben. Het kan hoogstens een fractie van de verloren koopkracht compenseren en zou het economisch gedrag niet wezenlijk veranderen en dus ook het vertrouwen niet herstellen. Al wat er dan overblijft zijn directe overheidsuitgaven: openbare werken, sociale programma’s, subsidies aan bedrijven. Maar die zouden werkelijk massief moeten zijn om enig verschil te maken. Obama zegt dat hij klaar is om de wereld op dat pad te leiden. “We kunnen ons geen zorgen maken over het begrotingstekort. We moeten zeker maken dat het stimulus-plan groot genoeg is om de economie weer op gang te trekken”, zei hij op een recente persconferentie. De voorspelling dat het Amerikaanse begrotingstekort in 2009 meer dan een biljoen dollar zou bedragen, deed sommigen naar adem snakken. Maar een biljoen dollar is eigenlijk belachelijk weinig in vergelijking met de koopkracht die al verdampt is en deze die op korte termijn nog verdwijnen zal. Mijn vermoeden is dan ook dat het Amerikaanse begrotingstekort veel hoger zal blijken en dat ook de Europese begrotingstekorten de huidige projecties ruim zullen overtreffen. Dat zal niet anders kunnen als men de deflatoire lawine wil vertragen, laat staan tegenhouden.
De omstandigheden creeren wel ruimte voor een massieve reflatiepolitiek geleid door de VS. Omdat de barometer op deflatie staat, is er geen gevaar dat die op korte termijn de inflatie zal doen opflakkeren. De deflatiegolf heeft nog andere gunstige neveneffecten voor de sterkste landen. Omdat ze de zwakste concurrenten het eerst en het hardst treft, verlaagt ze de import-rekening voor het westen en Japan.[ii] De productiekosten (lonen, energie, grondstoffen) dalen zienderogen, ondanks Opecs productiebeperking. Sommige bedrijven kunnen zich versterken in de crisis, door zwakkere concurrenten voor een prikje op te kopen of hun markt in te pikken. Dat zijn tegentrends waar een reflatiepolitiek op zou kunnen steunen om de lawine te stoppen. Nog steeds is het enkel de VS die een mondiale reflatie kan lanceren, de dollar is nog steeds het wereldgeld.De enige reden waarom de VS, ondanks zijn afgrijselijke schuldpositie, dit nog kan is dat het ervan kan uitgaan dat Aziatisch, Europees, Arabisch en natuurlijk ook Amerikaans kapitaal niet zal ophouden om de schuldcertificaten te kopen die zijn uitgaven dekken, ongeacht hoe wild die ook worden. Niemand heeft een alternatief voor het handelspatroon waarin de wereldeconomie vergroeid is: Amerika zal, meer dan ooit, boven zijn middelen leven en zijn handelspartners kunnen niet anders dan dit financieren, gezien hun afhankelijkheid van de Amerikaanse markt en de vrees om de waarde van hun eigen dollar-reserves te zien wegsmelten. Bovendien elimineert de tendens van kapitaalbezitters om in dit onzeker klimaat een veilige haven te zoeken, weg te blijven van productieve investeringen en te parkeren in schatkistobligaties ook al brengen ze bijna niets op, op korte termijn het gevaar van kapitaalvlucht uit de VS die het zouden dwingen om zijn eigen reflatiepolitiek met stijgende rentevoeten in de grond te boren.
Dit alles maakt het waarschijnlijk dat de VS een reflatiepolitiek zal voeren die het begrotingstekort ver boven de huidige projecties zal duwen. In het beste geval zal dit tot een anemische heropleving leiden. Maar omdat die zeer bescheiden groei gepaard zou gaan met een steile groei van de hoeveelheid dollars in omloop, zou de dollar verder dalen en zou dan na verloop van tijd de inflatiedruk stijgen in de VS en andere landen die de VS op het reflatiepad volgen. In een woord: stagflatie. Maar dit is lang niet zeker. Het kan blijken dat het verlies aan koopkracht als gevolg van de deflatie van vastgoed en andere assets te omvangrijk is om gecompenseerd te worden door meer geld in de economie te pompen zodat de deflatoire lawine, na een tijdje te zijn vertraagd, weer vaart neemt. Zwakke bedrijven in leven houden betekent slechts uitstel van executie en verlaagt intussen de winstvoet van hun gezonde concurrenten. En het vermogen van Aziatisch en ander buitenlands kapitaal om Amerika’s schulden te blijven absorberen, hangt af van hun inkomsten op de Amerikaanse markt en krimpt er dus samen mee.
Al die ambitieuze stimulus-plannen kunnen dus tevergeefs blijken maar een andere optie is er niet. De regeerders moeten die stap wel doen zoals een schaker die zijn koning uit een schaakmat-positie haalt zonder aan de volgende zetten te denken. Maar die volgende zetten zijn niet evident. Het grote gevaar is dat de vertrouwenscrisis zal omslaan van wantrouwen in het banksysteem naar wantrouwen in de staat. Deze laatste kon de banken voorlopig uit de ergste nood helpen maar er is geen hogere instantie die ter hulp kan komen als er geen veilige haven voor geld meer is.
[i] Collega JDP maakte er me, na lezing van de tekst over de crisis die eerder op mijn blog verscheen, attent op dat het Amerikaanse ‘billion’ in het Nederlands ‘miljard’ betekent. Daarom, voor alle duidelijkheid: in deze en vorige tekst heeft ‘biljoen’ wel degelijk de Nederlandse betekenis, nl. ‘duizend miljard’, of, in het Amerikaans, ‘ a trillion’. Over de internationale verwarring over biljoenen en triljoenen, zie http://www.jimloy.com/math/billion.htm. Al die nullen, je duizelt er wel van. Niemand weet nog waar we mee bezig zijn.
[ii] Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de deflatietrend de globalisering verder zal aanwakkeren: dalende prijzen verhogen de druk op bedrijven om kosten te verlagen en marktverlies zal de arme landen dwingen om door competitieve devaluaties die kosten nog lager te maken.

Een teken aan de wand: arbeiders -in dit geval in China, november 2008- in opstand tegen ontslagen.
Add comment december 30, 2008
ONZE HITLER
Het lijden van Congo tart de verbeelding. Vorige week nog vermoordde een Oegandese legerbende er een paar honderd dorpelingen. De conflicten die er sinds halverwege de jaren ’90 woeden, hebben al aan meer dan 5 miljoen mensen het leven gekost. De meesten van hen stierven door honger en ziekte, veroorzaakt door de ontwrichting van hun overlevingsmechanismen door de gangsterpraktijken van diverse legerbenden die elk hun deel opeisen van de winst die de plundering van Congo blijft opleveren. Conflict is er niet langer een verstoring van de normaliteit, het is de normaliteit geworden. Congo toont de prijs die in de periferie van de globale sociale orde betaald wordt voor het in stand houden van een historisch achterhaald, op winst gestoeld economisch systeem. Congo is een waarschuwing voor onze toekomst.
Er zijn de laatste tijd verschillende boeiende reportages verschenen in de pers over de dagelijkse strijd om te overleven in Congo. Een die me bijzonder getroffen heeft, legt uit hoe een primitief mijnwerkersgehucht, ‘ver van de beschaving’, waar tin wordt gedolven met werkinstrumenten die duizend jaar geleden al werden gebruikt, verbonden is met de globale economie en met de oorlogen die in Congo woeden. U kan ze lezen door deze link te volgen:
Omdat tin tegenwoordig gebruikt wordt voor solderingen in electronische apparatuur, is de globale vraag ernaar scherp gestegen. Het artikel legt in detail uit hoe de ontginning van tin-erts door extreem uitgebuite mijnwerkers kapitaal doet ontstaan waarvan legerbenden en andere commerciele tussenpersonen elk hun deel afromen alvorens de tin in onze mobieltjes en laptops terecht komt. Een centrale figuur in het New York Times-artikel is de locale oorlogsheer, kolonel Matumbo. Hij is een ex-Mai Mai die gelooft in primitieve magie (die hem onkwetsbaar zou maken) maar die in praktijk in de eerste plaats een commercant is, een schakel in de cyclus van kapitaal.
Winsthonger is de drijfveer achter Congo’s ellende. Dat is natuurlijk niets nieuw; dat was al zo toen Congo nog het persoonlijk wingewest was van Leopold II. De pneumatische band was net uitgevonden waardoor rubber fabelachtige winsten opleverde. Voor die winst plunderde de Belgische koning de bevolking van Congo even meedogenloos als haar natuurlijke rijkdommen. Zijn doodseskaders vermoordden iedereen die in de weg stond of niet hard genoeg werkte. Volgens sommige schattingen kostte zijn terreurregime aan meer dan 10 miljoen Congolezen het leven. Sommigen noemden het een Afrikaanse holocaust, geregisseerd door onze Hitler, Leopold II.
Ik weet wel dat de vergelijking niet perfect opgaat. Hitler wou de joden uitroeien terwijl het niet Leopolds doel was om Congolezen uit te roeien. Dat kon hem niet schelen, het ging hem enkel om de winst. Maar voor die winst heeft hij wel meer Congolezen de dood ingejaagd dan Hitler joden. Leopold heeft ook enkele positieve dingen gedaan, zullen sommigen opmerken. En wat dan nog? Hitler liet ook autowegen aanleggen.

De winnaars schrijven de geschiedenis. Er zijn geen Hitler-standbeelden in Duitsland –stel je voor. Maar in Belgie stikt het nog van standbeelden en andere eerbetuigingen voor Leopold die ook een monster was. Dat doet me denken aan afgelopen lente, toen ik een week in Oostende verbleef, waar ik vaak passeerde langs een protserig ruiterstandbeeld dat onze Hitler voorstelt als de grote weldoener van de ‘zwartjes’. Een zijgroep van beelden aan de voeten van de vorst heet zelfs Dank der Congolezen. Als ik de kans en de moed zou hebben gehad, zou ik er met plezier een bom onder gelegd hebben. Pas later werd ik me er bewust van dat anonieme durvers in 2004 de hand van een van die ‘dankbare’ Congolezen hadden afgezaagd. Dat maakte het monument al een stuk realistischer want Leopolds trawanten lieten inderdaad de hand afhakken van Congolezen die hun rubberquota niet haalden. Collega Douglas De Coninck die de beeldencorrigeerders interviewde, werd later nog lastig gevallen door het parket. Heeft de Belgische staat dan geen enkel schaamtegevoel? Straks, als we oudejaar vieren, wil ik het glas heffen op de De Stoeten Ostendenoare, de actiegroep die het beeld corrigeerde. Moge jullie voorbeeld tot navolging strekken!
———————————————————————————————-
Who pays the ferryman?
door Jef Coeck
Als ik goed geïnformeerde vrienden en collega’s mag geloven – en dat mag ik – is Oost-Congo een hel waarbij die van Dante verbleekt. De oorzaak is, zoals je terecht aangeeft, die winsthonger in verleden, heden en naar te vrezen valt ook toekomst.
Leopold Hitler mag er dan al mee begonnen zijn, sedert zijn verscheiden hebben ongeveer alle ‘beschaafde’ naties en corporaties zich volgevreten aan ’s lands rijkdom. Op dit moment zijn onder meer Chinezen en Amerikanen aan de beurt, inclusief onbeschroomd gebruik/misbruik van lokale staatshoofden, warlords, kindsoldaten, verkrachte vrouwen en andere lijfeigenen maar ook buitenlandse journalisten, schrijvers, Belgische politici. En wie weet, worden onze schaarse spaarcentjes niet aangewend om bloeddiamanten en geroofd coltan te verhandelen? ‘Who pays the ferryman?’, luidt de vraag, die rethorisch zal klinken voor een inwoner van Staten Island.
Jarenlang was Oost-Congo in de stilte van het graf gehuld, op een eenzaam boek over het onderwerp na. De jongste maanden is daar verandering in gekomen, mede dankzij de onvermoeibare inzet van actievoerders in België en elders. Maar ook niet onbelangrijk lijkt mij de beslechting van de kiesstrijd in de VS. De aandacht van onder meer Amerikaanse media kan zich nu ongestoord op de rest van de wereld richten. Vanwege de half-Afrikaanse president-elect verdient Afrika kennelijk een bonus in kolommen en journaals. Uitgerekend op dit moment meldt zich weer Herman J. Cohen, gewezen Amerikaans diplomaat en Afrikakenner. Hij was in dienst van de presidenten Reagan en Bush sr. en van de Wereldbank. En verdomd als het niet waar is, onder zijn vele internationale eretekens vinden we ook de Belgische ‘Orde van Leopold II’ vermeld.
Dit roept om een parenthese, laat het een quote zijn van Randy Newman. Uit zijn song A Few Words in Defense of Our Country: ‘Hitler, Stalin, Men who need no introduction. King Leopold of Belgium, that’s right. Everyone thinks he’s so great, Well he owned the Congo and he tore it up too. He took the diamonds, he took the silver, he took the gold. You know what he left them with? Malaria.’
Herman J. Cohen stelt voor dat president Obama een speciale gezant benoemt (Cohen?) met als opdracht het installeren van een Oost-Afrikaanse Gemeenschappelijke Markt, bestaande uit zes landen van de regio: Rwanda, Burundi, Congo, Tanzania, Kenia, Uganda. De natuurlijke handelswegen, zegt Cohen, leiden niet naar de Atlantische maar naar de Indische Oceaan (Mombassa?).
Zover valt de redenering moeiteloos te volgen. Maar dan begint het utopische gedeelte. De opbloeiende handel in Oost-Afrika zal, in de slipstream van Cohens masterplan, de oorlogen stoppen, de vluchtelingen uit hun kampen halen en aan het werk zetten, de legerbendes ontwapenen, de grondontginning reguleren, de etnische fricties wegmasseren, de regeringen stabiliseren, kortom Afrika pacificeren.
Wat nu? Het is toch pas als je vrede en veiligheid verworven hebt, dat je mensen werk, voedsel, een dak boven het hoofd, scholen, wegen en medische zorgen kunt verschaffen? Worden hier niet enkele stapjes overgeslagen? Of worden middel en doel verward?
Mij lijkt Cohen in dezelfde denkfout te vallen als Fukuyama en andere (ex-)neocons over Irak: als we maar de weg vrijmaken voor de Vrije Markt wordt het land en de hele regio vanzelf een Democratisch Paradijsje. Mis. En stel dat we toch willen geloven in de utopie, moeten er dan niet eerst enkele ‘Saddams’ verwijderd worden, in Oost-Congo om te beginnen? Intussen tikt de teller, Five Million Dead and Counting zoals Slate half november rapporteerde.
In België is de zaak-Congo nu beland op het niveau waartoe sinds de 800.000 ‘blanco-stemmen voor Leterme’ -dixit Luc Huyse- alles vanzelf wordt herleid: politieke vaudeville, of in dit geval eerder Grand Guignol.
Hoe zal de Afrikapolitiek - if any – van Obama eruit gaan zien, met Hillary Clinton op Buitenlandse Zaken, Susan Rice in de VN en Herman Cohen als fanatic ferryman?
Jef Coeck
Het boek waar ik hierboven naar verwees is:
Walter Zinzen, Kisangani verloren stad, Uitgeverij Van Halewyck, 2004
http://www.nytimes.com/2008/12/16/opinion/16cohen.html?emc=eta1
3 comments december 30, 2008
Gelukkig Nieuwjaar
Dat 2009 een spannend jaar wordt, weten we al. Natuurlijk koester ik het verlangen dat het voor u en mij ook een leuk en inspirerend jaar wordt. Bent u er klaar voor? 
1 comment december 30, 2008














