future-now

maart 12, 2009 at 4:48 am Een reactie plaatsen

OVER NAAR HET SALON

Geachte lezer,

Deze weblog gaat in hibernatie. In zijn plaats komt het “Salon van Sisyphus” (“Sisyphus”, olijkaard, niet “siphilis”). Het salon is een collectieve onderneming waaraan verscheidene gereputeerde pennen hun medewerking hebben beloofd (ik zal nog geen namen noemen, eerst zien of ze over de brug komen). Maar het wordt een gezamenlijk project en dat was de richting die de blog al uitging. Een van de voordelen is dat er meer bijdragen zullen zijn. U kan er van uitgaan dat er elke week iets nieuws wordt geserveerd in het salon en er een gewoonte van maken van even binnen te springen. Bookmark dus het volgende adres:

http://salonvansisyphus.wordpress.com/

Kom snel een kijkje nemen en stuur de link door naar mogelijke geinteresseerden. En als je zin hebt om mee te werken –met tekst, foto, video…of met technisch advies want dat hebben we hard nodig- graag!

Hartelijke groet,

Tom

maart 3, 2009 at 11:51 pm 1 reactie

VAARWEL JAAP KRUITHOF

 

 

 

 

 

 

Gisteren kreeg ik een mail van Eric Goeman waarin hij schreef:

“Met droefheid moet ik melden dat Jaap Kruithof, een van onze grootste en meest geëngageerde denkers en strijders voor een rechtvaardige samenleving,  deze morgen is overleden in rusthuis Avondvrede in Boechoute. Dit is een groot verlies voor de linkerzijde in Vlaanderen. Het is aan ons om Jaap Kruithof te blijven eren en her-denken in onze dagelijkse strijd voor een andere wereld. Want we zullen hem missen.Niet alleen de denker en de strijder, maar ook de mens Kruithof, de vriend van de machtelozen.”

Later kreeg ik, via Johan, een in memoriam geschreven door Jos Hennes en Hugo Franssen van de uitgeverij Epo die Kruithofs boeken publiceerde. Daarin lees ik, onder meer:


jaap3“Jaap Kruithof was antipostmodern. De postmodernistische filosofie beweert dat de tijd van de grote verhalen voorbij is, dat er geen geloofwaardige overkoepelende ideologieën of wereldbeelden meer bestaan. Gelukkig zijn er mensen zoals Kruithof om erop te wijzen dat een dergelijke deconstructie alleen maar dient om dat andere grote verhaal buiten beschouwing te laten: het kapitalistische wereldsysteem.

Jaap Kruithof sprong regelmatig binnen op de uitgeverij. Twee hoog de trappen op om te overleggen over werk en wereld. We keken er altijd naar uit naar die breekmomenten. Hij vertelde dan ook over zijn kinderen en kleinkinderen. En over zijn vrouw Els. Hoe goed het was haar ’s nachts vertrouwd naast zich te voelen, terwijl hij zijn beslommeringen en overpeinzingen ontrafelde alsof het in de war geraakte netten waren.
Er hangt boven de kopieermachine van de uitgeverij een foto met daarop enkele dames die in een grote kantoorruimte elk aan een tikmachine zitten en daarbij driftig dikke kauwgombellen blazen. Er is een onderschrift bij die foto, een citaat van Maxim Gorki. Dat gaat zo: Wenn die Arbeit ein Vergnügen ist, wird das Leben zur Freude.
Zo was het voor Jaap Kruithof een leven lang.”

—————————————————

Zelf heb ik nooit les gekregen van Kruithof. Wel merkte ik al tijdens mijn studententijd dat hij net het omgekeerde deed van de meeste andere professoren: hij zette zijn studenten aan om kritisch te zijn, om altijd in vraag te stellen, om dieper te graven, om hun mening niet te verbergen, om zich te verzetten. Verschillende mensen in mijn omgeving waren geinspireerd door hem.

Later hoorde ik dat hij mijn boek over Amerika, “Rambo op lemen voeten” in zijn lessen gebruikte. In 2003 kreeg ik een brief van hem, waarin hij me uitnodigde om hem te bezoeken en onder meer schreef: “Ik vind u de beste journalist van De Morgen en dat zeg ik al jaren. Geen vleierij, gewoon kennis van zaken”. Natuurlijk voelde ik me gevleid en ging ik hem opzoeken. Ik leerde een fijne mens kennen. Iemand die goed kon vertellen maar die ook goed was in vragen stellen en luisteren. Zijn geheugen was scherp, zijn kennis indrukwekkend, zijn verontwaardiging levend vers. En hij speelde Bach voor me op zijn piano.

Kruithof heeft mij en vele anderen moed gegeven. Daarvoor zijn we hem dankbaar.  Zoals hij was er maar een in Vlaanderen. Hij zal inderdaad hard gemist worden.

 

 

 

 

 

februari 27, 2009 at 5:40 am Een reactie plaatsen

BANG OM OVER RAS TE SPREKEN?

Een recente toespraak van Justitieminister Eric Holder heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het was een vrij lange speech waarin hij diverse gedachten opperde, zoals: “Onze conversatie over ras is vaak  te simplistisch. En we laten ze te vaak over aan extremisten die niet aarzelen om deze kwesties te gebruiken voor geen ander doel dan  hun eigen belang.” Als dat niet waar is. Maar het enige fragment van de speech dat in de media veel aandacht kreeg, luidde: “Wij zijn een land van lafaards. We zijn bang om over ras te spreken.”  Heeft hij gelijk? Mijn geliefkoosde columniste Jacqueline Goossens vindt van wel. Aart Brouwer daarentegen, mijn vriend en collega van De Groene Amsterdammer, vindt dat Holder zich schuldig maakt aan omgekeerd racisme. Wat denkt u ervan?

SMACKDOWN

door Aart Brouwer

‘We zijn een natie van lafaards,’ sprak de nieuwe minister van Justitie Eric Holder deze week ter gelegenheid van de opening van Black History Month. ‘Wij, gewone Amerikanen, zijn nog steeds niet in staat om met elkaar over ras te praten. Ras is een onderwerp waarbij we ons nooit op ons gemak voelden en gezien de geschiedenis van deze natie is dat in zekere zin begrijpelijk. Op het werk zijn we gemengd, maar daarbuiten leven we nog steeds in raciale cocons. Op zaterdag en zondag verschilt het Amerika van 2009 niet wezenlijk van dat van vijftig jaar geleden. Als we vooruitgang willen boeken op dit terrein moeten we ons voldoende op ons gemak voelen bij elkaar en tolerant genoeg jegens elkaar om openhartige gesprekken te voeren over de raciale kwesties die ons nog altijd verdeeld houden.

Holder was voorheen geen activist, maar rechter, officier van Justitie en onderminister van Justitie onder president Clinton. Hij maakte tijdens de hoorzitting die aan zijn benoeming voorafging een capabele en bovenal verfrissende indruk door kort en bondig te verklaren: ‘Waterboarden is martelen.’ Des te verbazender is het dat hij afgelopen woensdag opeens de taal van het verleden sprak. De taal van vóór de succesvolle strijd voor zwarte burgerrechten, de taal van de permanent verongelijkte zwarte leiders als Jesse Jackson en Al Sharpton die elke vooruitgang ontkennen en elke zinvolle discussie kapotmaken met beschuldigingen van blank racisme. In hun ogen komen de problemen van de zwarte minderheid in Amerika niet voort uit een cultuur van ongeletterdheid, drugs, gangsta-rap en criminaliteit, maar louter uit onderdrukking en miskenning door crackers, Joden en Aziaten. Het is de taal van de extremistische zwarte dominees en andere platte racisten die Barack Obama voor verrader van zijn ras en ‘edelblanke’ uitmaakten, totdat ze doorkregen dat hij ging winnen en dat ze beter hun wagentje aan zijn trein konden haken. Behoort Holder ook al tot die categorie?

Ogenschijnlijk was zijn opmerking over lafheid neutraal, maar uit zijn speech blijkt dat hij wel degelijk whitey op het oog heeft. Die hele speech was namelijk gewijd aan het aandeel van zwarten aan de Amerikaanse geschiedenis en samenleving dat volgens Holder nog altijd niet voldoende wordt bestudeerd en in ere gehouden: ‘Namen als William Dubois, Malcolm X en Martin Luther King worden nog altijd niet op waarde geschat,’ aldus de eerste zwarte minister van Justitie onder de eerste zwarte President van de Verenigde Staten bij de opening van de Maand van de Zwarte Geschiedenis. Die maand is ooit begonnen als een klein particulier initiatief van een van de eerste zwarte afgestudeerden aan Harvard, Carter Woodson, en is nu een nationaal instituut waar geen enkele school, universiteit of sportclub omheen kan. Hij stuit in het hele land niet meer op noemenswaardige weerstand, behalve wanneer hij door types als Holder wordt gebruikt voor een portie smackdown talk tegen blanken, een omgekeerde vorm van racisme die des schrijnender is omdat hij wordt bedreven door maatschappelijk zeer geslaagde en vaak machtige zwarte leiders.

———————————————————-

CARTOONREL

door Jacqueline Goossens

Een Canadese vriend die in hetzelfde gebouw woonde als ik in een zwarte buurt in Brooklyn, vertelde me het volgende verhaal: “Als kind was ik met mijn ouders naar een tv-show aan het kijken waarin een zwarte man danste. ‘Hij lijkt een aap’, zei ik. Mijn vader, die helemaal niet opvliegend van aard was, gaf me een oplawaai van jewelste. ‘Dat ik je nooit nog zoiets hoor zeggen!’, zei hij streng. Later begreep ik dat hij flink moet geschrokken hebben. Vanwaar kwam die opmerking moet hij zich hebben afgevraagd. Niet alleen had ik toen nog nooit een zwarte persoon in levende lijve gezien maar mijn ouders hadden ook nooit racistische opmerkingen gemaakt.” Mijn vriend verdiende die klap niet; hij was een kind dat geen flauw idee had dat het iets onacceptabel zei. Hetzelfde kan niet gezegd worden van de The New York 2009-02-18-cartoon1Post die op 18 februari een cartoon publiceerde die vele mensen schokte. Wat eraan vooraf ging: op 17 februari waren bij een chimpansee in Connecticut, na een leven van pampers dragen, aan tafel eten en in bad gaan, de stoppen doorgeslagen. Hij had iemand aangevallen en zwaar verminkt en werd later doodgeschoten door de politie. De volgende dag stond er in The New York Post, de rechtse tante onder de New Yorkse kranten, een cartoon die de aap afbeelde, liggend in een bloedplas, met kogelgaten in de borst. Twee agenten staan er op te kijken. De ene heeft een rokende revolver in de hand. De andere zegt: “Ze zullen iemand anders moeten vinden om het volgende stimulus-plan op te stellen.” Op de vorige pagina stond een foto van president Obama die zijn handtekening onder het stimulus-plan zet. De krant reageerde verbaasd toen ze van racisme werd beschuldigd. Volgens hoofdredacteur Col Allen wou de cartoonist enkel de onbekwaamheid hekelen waarmee het stimulusplan was opgesteld. Maar velen vonden het moeilijk om te geloven dat de eeuwenoude traditie van blanke racisten om zwarten uit te schelden voor apen de cartoonist niet geinspireerd had. Dat de aap die voorgesteld werd als de auteur van het stimulusplan- Obama dus- met kogelgaten in zijn hart werd afgebeeld, vonden sommigen ronduit sinister, gezien de vele doodsbedreigingen aan het adres van de zwarte president. De volgende dag betoogden honderden mensen voor het gebouw van The New York Post. Die namiddag kwam ik mijn zwarte buurvrouw misses Bellamy tegen. Ze is al jaren actief in de NAACP, de vereniging voor zwarte burgerrechten. “Met wie ik ook spreek over de cartoon”, zei ze, “zwart, blank, latino, iedereen vindt het onbegrijpelijk dat zoiets nog kan verschijnen, in New York nog wel.” Later zat ik op de metro The New York Times te lezen. Een zwarte jongen en meisje stapten op. “Boycott the Post”, riep de jongen naar een bejaarde blanke die onverstoord zijn Post bleef lezen. Wat later stak hij zijn duim op naar mij. “The New York Times is een goede krant”, zei hij. “Ik ben daar niet zo zeker van”, zei ik en ik toonde hem de twee schamele paragraafjes die The Times aan het incident wijdde. Ondanks de protesten kwam de krant er de volgende dagen niet meer op terug. Ook de andere NewYorkse kranten besteedden er nauwelijks aandacht aan. Vonden ze dat de cartoonrel geen nieuwswaarde had? Of vonden ze de materie te explosief en besloten ze daarom de flater van hun concurrent met de mantel der liefde te bedekken?

“We zijn in essentie een land van lafaards”, zei Eric Holder, de nieuwe Justitieminister diezelfde dag in een speech, “we zijn bang om met elkaar te praten over ras.” Ik vind dat hij in essentie gelijk heeft. Researchers van de Stanford University concludeerden vorig jaar uit een onderzoek dat de associatie van zwarten met apen zo diep geworteld is in de blanke cultuur dat ze verankerd blijft in het onderbewuste, zelfs van jongeren die de raciale spanningen tijdens de strijd voor gelijke burgerrechten niet hebben meegemaakt. Niet alleen in Amerika. Denk aan de oerwoudgeluiden op Belgische voetbalvelden. In deze krant vloeide onlangs uit de kleurige pen van Hugo Camps het woord ‘bosneger’ toen hij een figuur uit de Belgische voetbalwereld wou karakteriseren. ‘Bosneger’ komt van het Amerikaanse ‘bushnigger’ en wordt in mijn woordenboek verklaard als “benaming voor gevluchte negerslaven en hun afstammelingen “. Een moedig en taai volkje dus, met zin voor initiatief, maar zo is het woord niet bedoeld. Wie iemand als ‘bosneger’ brandmerkt, suggereert dat hij meer aap dan mens is. Nu is het wel zo dat Camps dat scheldwoord tegen een blanke gebruikte. Een Waal weliswaar maar toch een bleekhuid. Ik mag ik er niet aan denken wat er zou gebeuren mocht ik het woord naar het hoofd van een zwarte Amerikaan slingeren.

Racisme blijft een open wonde in Amerika. Zo was de storm rond de chimpansee-cartoon nog niet geluwd toen de gouverneurs van enkele van de armste staten in de ‘deep south’ verklaarden dat ze weigerden de subsidies in het stimulus-plan te accepteren die bedoeld zijn om langer en meer werkloosheidsteun te geven aan categorieen -laag geschoolden, halftijdse werknemers, mensen die moeten stoppen met werken door een ernstige zieke in hun gezin of mishandeling door een partner- die door de krisis het hardst zijn getroffen. Volgens de gouverneurs zou die steun hen maar ontmoedigen om eigen benen te leren staan. Toevallig of niet zo toevallig zijn het vooral zwarten die in die staten door de maatregel zouden worden geholpen terwijl de (Republikeinse) gouverneurs het van blanke stemmen moeten hebben. De gouverneurs ontkennen natuurlijk dat hun standpunt ook maar iets met racisme te maken heeft. Maar volgens mij heeft Eric Holder gelijk. Amerika –nee, heel de wereld- is bang om over ras te spreken.

februari 27, 2009 at 5:39 am Een reactie plaatsen

AVIGDOR IS GEEN LIEVE MAN

Deze week “Waltzing with Bashir” gezien, een Israelische film over oorlog en geheugenverlies. Zowel vormelijk als inhoudelijk een prachtfilm die ik iedereen aanraad. Maar natuurlijk zijn het juist diegenen die hem zouden moeten zien, die er niet naar zullen gaan kijken. Mensen zoals Avigdor Lieberman bijvoorbeeld, de nieuwe ster aan Israels politiek firmament en ondanks wat zijn naam belooft bepaald geen lieve man. Christopher Hitchens is ook geen poesje. Eerder een arrogante zak, zoals vele ex-trotskisten. Wat niet belet dat hij soms virtuoos de nagel op de kop slaat. Zoals in de volgende observatie over de Israelische politieke scene die verscheen in Slate en die ik hier reproduceer op aanraden van Jef.

A reliable friend and colleague swears that he saw the following incident in the Israeli-occupied territories a couple of years ago. A Palestinian physician, in urgent need of permission to travel, was trying to persuade a soldier at a roadblock to allow him to hurry on to the next town. He first tried the stone-faced guard in Hebrew, in which many Arabs are fluent, but he received no response. He then made an attempt in English, which is something of a local lingua franca, yet he fared no better. After an unpleasant interval of mutual noncommunication, it transpired that the only word the Israeli soldier knew was no, and the only language in which he could speak it was Russian.

The words occupation and dispossession are flung around pretty freely, but I invite you to picture a life under occupation in which your unfriendly neighborhood cop did not even speak the language of the state that he served, let alone any tongue known to you. There is, by the way, a fair likelihood that the soldier was not even Jewish; it’s an open secret in Israel that tens of thousands of Russian immigrants used forged papers as a means of exiting their country of birth, pretending to exercise the “right of return.” So here is yet another insult to heap on those whose great-great-grandparents were born in Palestine yet are treated as if they live there only on sufferance.

Yet if you are a former bouncer born in former Soviet Moldova, like Avigdor Lieberman, you can come to live in the Holy Land as of right and become the leader of a party that proposes to institute a “loyalty oath” not just to the Arab citizens of the state of Israel but to all Jewish members of religious Orthodox sects that do not declare themselves Zionist. And this grotesque party, named Israel Beiteinu or “Israel Is Our Home,” is now the power broker, and its leader is the kingmaker in the Israeli electoral process.

In his early days as an immigrant in Israel, Lieberman was briefly a member of Kach, the hysterical group led by Rabbi Meir Kahane that was morbidly obsessed with the sex lives of Arabs and that yelled for their mass expulsion or—to employ the common euphemism—”transfer.” He has now somewhat refined his position, calling for an exchange of territories and people that would more nearly approximate partition or even a two-state solution. But as with every such proposal, this still leaves a large number of Arabs under Israeli sovereignty, either on the West Bank or in Israel “proper.” I doubt that Lieberman is really serious about any “land for peace” negotiations—he quarreled even with Ariel Sharon about disengagement from Gaza, so if it were up to him, there would presumably still be Israeli settlers in the strip. He has changed the whole tone of the argument by deciding to question the presence of Israeli Arabs who, unlike their cousins under occupation, enjoy the right of citizenship and voting as well as the privilege of living under the Israeli flag.

The best book about this highly interesting and neglected community was written by the Israeli novelist David Grossman in 1993 and is called Sleeping on a Wire. It contains micro-flashes of illumination (such as the probability that more Israeli Arabs than American Jews speak Hebrew) and also some memorable reflections on language and its relationship to literature and culture. We all remember that Maimonides wrote in fluent Arabic, but it’s perhaps less well-known that:

The everyday conversation of Palestinian Israelis sparkles with expressions from the Bible and the Talmud, from Bialik and Rabbi Yehuda Halevy and Agnon. Poet Naim Araideh effuses: “Do you know what it means for me to write in Hebrew? Do you know what it’s like to write in the language in which the world was created?”

One might not wish to go that far, but it remains the case that the Israeli-Arab Marxist Emile Habibi, author of the classic novel The Pessoptimist (sometimes called The Opsimist) was once awarded the annual Israeli prize for best Hebrew writing.

One might add that the rockets of Hamas and Hezbollah fall upon these people, too, in Jaffa and other towns, just as they fall upon the Israeli Druze and Armenians. The threads and imbrications that bind and layer the discrepant claimants to the land of Palestine are strong as well as subtle, ancient as well as modern. This is why Grossman was so depressed to discover, at the end of his book, that the memory of 1948 was still vivid among even the most successful and prosperous Israeli Arabs and that all of them felt unsafe and secretly feared a renewal of the demand for their expulsion. In 1993, he felt able to some extent to reassure them about this.

Now we have to watch the rise of a thug and a demagogue who has called with relish for the execution of elected Arab members of Israel’s parliament if they meet with Hamas, who has demanded the drowning of Palestinian prisoners in the Dead Sea, whose supporters chant “Death to the Arabs” at their rallies, and who has materialized the worst fears of those Arabs who have made the longest-lasting accommodation with the Jewish state. Avigdor Lieberman’s essentially totalitarian and Inquisitionist style, though, may be even more manifest in his insistence that non-Zionist haredim, or pious Jews, also either take an oath of loyalty or forfeit their citizenship. This takes the ax to the root of the idea that Jews have a presence in Jerusalem from time immemorial and that their resulting rights are not derived from, or dependent on, any state or any ideology. Shame on Benjamin Netanyahu if he makes even a temporary alliance with Lieberman. As questionable as the “right to return” may already be, it certainly cannot confer the right to expel.

februari 27, 2009 at 5:39 am 1 reactie

MILIEU-VERVAL LEIDT NAAR OORLOG

PALA is een elektronische nieuwsbrief over globalisering en alternatieven.
De uitgever ervan is DIRK BARREZ, gewezen tv-journalist van de VRT (Panorama), auteur van boeken, columns en andere bijdragen over deze onderwerpen. Zijn jongste boek heet ‘Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving.’ Een recente Palabrief wijst op een rapport van UNEP, de milieu-organisatie van de VN, dat toont hoe milieudegradatie tot oorlog leidt.

———————————————————————————

Verbanden tussen gewapende conflicten, milieu en schaarse natuurlijke rijkdommen

Voor wie de ontwikkelingen in de wereld een beetje volgt, zullen de cijfers in het nieuwste UNEP-rapport niet echt verrassen. De onderlinge verbanden tussen gewapende conflicten binnen staten, de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen en milieudegradatie zijn al vaak aangetoond. Toch is de studie die UNEP, het gespecialiseerde milieuprogramma van de Verenigde Naties in Genève, samen met wetenschappers van de universiteit van Uppsala en het International Peace Research Institute in Oslo heeft gemaakt, verhelderend.

UNEP heeft sinds 1999 al 25 langdurige conflicten van nabij gevolgd, onder meer in Afghanistan, Darfour, Sierra Leone, Liberia en Congo.

In meer dan 40 procent van de gevallen heeft de oorzaak van de gewapende strijd overduidelijk te maken met de controle over de natuurlijke rijkdommen. Dit kunnen zowel essentiële grondstoffen zijn, zeldzame mineralen als schaarser wordende gemeenschappelijke goederen zoals water en vruchtbare gronden. Als hiermee niet of onvoldoende rekening wordt gehouden bij de pogingen om tot een vredesregeling te komen, zal de schade voor het milieu des te zwaarder zijn, schrijven de wetenschappers.

De kans dat een gewapend conflict over de controle van natuurlijke rijkdommen opnieuw losbarst binnen de vijf jaar na een vredesregeling, is erg reëel. In minder dan 25 procent van de onderzochte vredesregelingen werd een afdoende oplossing aangeboden voor de echte oorzaken van de strijdpunten. Dit maakt dergelijke landen kwetsbaar voor nieuwe conflicten die de milieuschade nog meer zullen doen toenemen en de leefbaarheid van een regio nog verder in gevaar zal brengen. Treurige voorbeelden die deze stelling bevestigen, zijn het oosten van Congo en Afghanistan.

UNEP vindt het daarom meer dan tijd dat milieuaspecten een grotere rol gaan spelen in de planning van vredesopbouwprogramma’s na conflicten, maar ook bij vroegtijdige opsporing van mogelijke gewelddadige conflicten. Alle geledingen van de Verenigde Naties en de regionale overlegstructuren moeten daarbij beter gaan samenwerken en alle aspecten voor een duurzame oplossing in rekening brengen. Nog al te vaak werken instituties naast elkaar wat zelden een duurzame oplossing vooruithelpt, schrijven de auteurs. De druk op de schaarse natuurlijke voorzieningen zoals water en de gevolgen van de klimaatverandering zullen op termijn nog meer stof voor conflicten leveren. Vroegtijdige opsporing is dus essentieel en de ontwikkeling van efficiënte niet-militaire instrumenten om hier gepast mee om te gaan, moet deel uitmaken van alle vredesprogramma’s.

Het UNEP-rapport dat vrijdag in Genève werd voorgesteld, is het eerste van een nieuwe reeks beleidsdocumenten.  Een jaar geleden werd binnen UNEP de Expert Advisory Group on Environment, Conflict and Peacebuilding opgericht die de onderlinge verbanden tussen milieu en conflicten wetenschappelijk in kaart zal brengen. De Finse regering zorgt voor de structurele financiering. (JVC)

Bron: www.pala.be

Klik voor United Nations Environment Programme (UNEP)

klik voor het volledige UNEP-rapport From Conflict to Peacebuilding. The Role of Natural Resources and the Environment (februari 2009)
_____________________________________________

P.S.

Over hetzelfde thema, hier een link naar een onthullend nieuwsstukje:

http://news.yahoo.com/s/ap/20090221/ap_on_sc/af_climate_stranded

Citaat:

“If negotiators falter, if emissions reductions are not made soon and deep, the severe climate shifts and sea-level rises projected by scientists would be “disastrous.” It would “transform where people can live,” Stern said. “People would move on a massive scale. Hundreds of millions, probably billions of people would have to move. And that would mean extended global conflict, “because there’s no way the world can handle that kind of population move in the time period in which it would take place.”


februari 27, 2009 at 5:37 am Een reactie plaatsen

“MONSTER”

door Jacqueline Goossens

Iedereen die ooit machteloos heeft toegezien hoe een geliefde wegzonk in het moeras van de waanzin kon niet anders dan ineenkrimpen in de dagen na het incident in Dendermonde. De pijnlijke betweterigheid van sommigen in de Vlaamse media was beschamend. Mijn eigen moeder was heel mijn leven een schizofrene patiente, diep eenzaam zoals zoveel van haar lotgenoten. Wij, haar familie, hadden het geluk dat ze niet bij die minderheid van schizofrenen hoorde wiens demonen hen aanzetten om gewelddaden te plegen. Mocht ze wel tot zoiets gedreven geweest zijn dan kan ik me de schaamte, de wanhoop, de schuldgevoelens, de pijn en het verdriet voorstellen die ons, haar kinderen en man, voor de rest van ons leven zouden achtervolgen. Ik stel me voor dat we geen woorden zouden vinden om de families van de doden te troosten als ze die al zouden willen aanhoren. En ik stel me even goed voor dat ik zou wenen van woede als  onwetende onverlaten mijn moeder als een monster zouden voorstellen.

“Sedert de affaire-Dutroux zijn de grenzen van de gerechtelijke verslaggeving almaar opgerekt. Voor het privéleven van de betrokkenen, schuldigen zowel als slachtoffers, smelt het respect als sneeuw voor de zon”, schreef Walter Zinzen  in een  opiniestuk in De Standaard.

Lees het stuk en de reacties erop hier:

http://www.mediakritiek.be/index.php?page=7&detail=304&PHPSESSID=d8d69a646562a8f147e81d188bcdcd46#reactie_192

februari 23, 2009 at 6:40 am 1 reactie

Oudere berichten



Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.