Archive for november, 2008

Kniestukje 1

Fijn dat u mijn blog bezoekt en sorry dat het zo lang duurde eer ik er nog iets nieuw op zette. Ik heb het dan ook zeer druk gehad. Zo ben ik voor Vacature naar Mexico geweest om te kijken hoe de krisis er toeslaat.  Hieronder vind u een rijkelijke geillustreerde versie van die reportage.  Maar eerst iets over de ontstaansgeschiedenis van de krisis. Een lezer die zich herinnerde dat ik al zeven jaar geleden in De Morgen wees op de bubbelvorming in de Amerikaanse huizenmarkt, de groeiende schuldenberg op de hypothekenmarkt en de verbeelding tartende wildgroei van ‘derivatieve’ financiele instrumenten, verwonderde er zich over dat ik over de huidige krisis ‘niets te zeggen’ had. De waarheid is dat er zoveel over te zeggen valt dat ik niet wist waar te beginnen. Hieronder dan toch enkele beschouwingen maar er is natuurlijk zoveel meer over te zeggen. Laat u niet afschrikken door de ingewikkeldheid van het onderwerp. Ik vermijd obscuur en gespecialiseerd taalgebruik. Natuurlijk kijk ik uit naar uw reacties. Bij deze wil ik ook al diegenen bedanken die op mijn eerdere blog-posts (bestaat daar een Nederlands equivalent voor?) gereageerd hebben. Ik ben van plan om in een volgend ‘kniestukje’ op de inhoud van hun commentaren in te gaan. Ook dank aan diegenen die een link naar mijn blog naar mogelijke geinteresseerden doorstuurt.

Cheers,

tom

Advertenties

november 24, 2008 at 10:38 pm Plaats een reactie

KRISIS!

wallstreetjump1

De krisis van 2008 is echt wel een mijlpaal. Geen enkele gebeurtenis sedert de crash van 1929 en de grote depressie die daar op volgde, heeft zo duidelijk getoond dat de kapitalistische economie, ondanks haar soliede façade, bliksemsnel kan ontrafelen en ineenstorten. Geen enkele gebeurtenis heeft zo duidelijk laten zien hoe absurd, hoe achterhaald het is om het lot van de mensheid te laten bepalen door de noden van de accumulatie van kapitaal. De radeloze paniek van kapitaalbezitters, het plotse verdwijnen van biljoenen dollars en euros, de enorme moeilijkheden waarmee de diverse regeringen worstelen in hun pogingen om de situatie onder controle te krijgen…dit kan niet anders dan een groot impact hebben op het bewustzijn van de meerderheid van de wereldbevolking die haar arbeid moet zien te verkopen om te overleven en die nu haar levensomstandigheden gevoelig ziet achteruitgaan om geen andere reden dan dat de menselijke noden ondergeschikt zijn aan de noden van het kapitaal.

De kapitalistische ekonomie is het slachtoffer van haar eigen sukses. Historisch is ze ontstaan in condities van algemene schaarste en daar was ze ongetwijfeld een efficient antwoord op maar ze is niet aangepast aan omstandigheden waarin schaarste niet langer gegeven is. Ze kan te veel produceren, natuurlijk niet in verhouding tot de reele menselijke noden want die zijn groter dan ooit maar in verhouding tot de koopkracht die ze zelf genereert. Ze kan te goedkoop produceren, met te weinig arbeid, wat op zich uitstekend is maar in de kapitalistische context tot rampen leidt want koopkracht en winst ontstaan uit arbeid. Dat er al overaccumulatie was voor de huidige krisis bleek onder meer uit het feit dat de wereld bijna twee miljard werkwilligen telde die niet op winstgevende wijze aan het werk konden worden gezet. Nu groeit hun aantal razend snel. Massale afdankingen, loonverlagingen en allerlei bezuinigingen dringen zich op. Mensen moeten afzien om de condities te herstellen waarin kapitaal in zijn meest abstracte vorm, als pure financiele waarde, opnieuw kan groeien. Want dat is de ware drijfveer van de economie.

Al lijkt een ineenstorting op korte termijn onwaarschijnlijk, toch staan we wellicht voor een periode van langdurige krisis, waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt. Er zullen tijdelijke heroplevingen komen maar geen nieuwe boom. Er is zoveel fictief kapitaal in omloop dat het lang zal duren eer deze krisis is ‘uitgebrand’. De ellende die dit zal meebrengen is niet te overzien. Het enige wat we kunnen hopen, is dat het inzicht zal rijpen dat het zo niet langer kan. Dat het zo niet langer hoeft.

Intussen hebt u ongetwijfeld tal van verklaringen over de krisis gehoord en gelezen. De meeste wijten ze aan ‘wanbeheer’, ‘kapitalistische hebzucht’ en ‘Amerikaans neo-liberalisme’. Dergelijke ‘analyses’ komen natuurlijk meestal van links. Rechts vindt het moeilijk om ook maar iets coherent te zeggen over de puinhoop en praat soms zelfs links achterna, zoals toen John McCain fulmineerde tegen “Wall Street greed”. In tijden als deze is de linkerzijde erg nuttig voor het kapitalisme. Want als men wil vermijden dat het systeem zelf de schuld krijgt, zit er niets anders op dan ‘de excessen van de vrije markt’ op de korrel te nemen. Niet het kapitalisme maar slechte kapitalisten hebben het probleem veroorzaakt, is wat links eigenlijk zegt. Het systeem kan gered worden door scherper toezicht en beter bestuur.

Al die verklaringen schieten te kort. De landen die van het neo-liberaal model afweken deden het niet beter, misschien zelfs integendeel. Aan bewijzen van wanbeheer en hebzucht is er natuurlijk geen gebrek. Maar die zijn permanent en de krisis is dat niet. Dus leggen ze niets uit. Maar goed. De pendel schommelt de andere kant uit. ‘Neo-liberalisme’ is out, ‘neo-Keynesianisme’ is in. De verheerlijking van de vrije markt maakt plaats voor de verheerlijking van staatsinterventie. Greenspan, de guru van gisteren, verklaart zich geschokt in zijn vertrouwen in de magie van de markt en klopt zich berouwvol op de borst omdat hij met zijn superlage rentevoeten de vastgoed-zeepbel zo lang heeft laten aanzwellen. Nu vindt iedereen dat dat fout was. Waarbij men gemakshalve vergeet dat die vastgoed-zeepbel een consumptieniveau in stand hield dat de wereldeconomie draaiend hield.

Ik heb deze krisis al jaren geleden voorspeld maar ik was lang niet de enige. Je hoeft tenslotte geen genie te zijn om te begrijpen dat, als financiele assets opwaarderen aan een duizelingwekkend tempo terwijl de reele economie veel trager groeit, er onvermijdelijk een punt komt waarop hun waarde zal instorten. Of, juister gezegd, waarop het fictieve karakter van hun waarde zich zal manifesteren. De huidige recessie is niet veroorzaakt door de financiele paniek. Het ging eerder omgekeerd: de economische neergang doorprikte de financiele zeepbel. De vraag is waarom de economische groei, ondanks de indrukwekkende productiviteitsgroei van de laatste decennia, de krediet-expansie niet kon bijhouden. Of, om dit om te keren, waarom die financiele expansie kon gebeuren ondanks de veel tragere groei van de reele economie. De antwoord van de experten in de pers op dergelijke vragen vallen meestal onder de noemer van ‘menselijk falen’: hebzucht, slordigheid, domheid, kortzichtigheid…die allemaal te verhelpen zijn met meer toezicht en regelgeving, betere leiders…allemaal excuses om te blijven geloven dat er met het systeem zelf niets mis is.

military-in-complex-winston-smith


De limieten van de globalisering

Even een stap achteruit zetten. We herinneren ons de krisissen, de stagnatie en de galoperende inflatie van de jaren 1970 die een einde maakten aan de robuuste groeiperiode na de tweede wereldoorlog. Daarna gaf de globalisering, mogelijk gemaakt door de informatie-technologie en de herstructurering van de wereldeconomie na het einde van de koude oorlog, het kapitalisme opnieuw wind in de zeilen. Sommigen zijn van oordeel dat de indrukwekkende expansie van de wereldeconomie sindsdien enkel berustte op een expansie van krediet, een accumulatie van schulden. Maar als dat waar zou zijn, zou de crash veel eerder gekomen zijn. De krediet-expansie was inderderdaad buiten proportie maar het feit dat ze zo lang kon doorgaan, vereist een verklaring. Ze zou niet mogelijk geweest zijn zonder een onderliggende expansie van reele waarde. ‘Van de productiviteit’, zeggen sommigen, ‘dank zij de technologische innovaties’. Maar als alleen dit het sukses van de voorbije decennia verklaart, wat verklaart dan de huidige krisis? In de laatste jaren heeft de globalisering vele hoog-technologische productiemethoden die eerder enkel in de meest-ontwikkelde landen gebruikt werden, veralgemeend.

Steeds meer producten worden in steeds minder arbeidstijd gemaakt, zelfs in wat we de derde wereld plegen te noemen. Ze kosten minder om te maken en de internationale concurrentie drijft hun prijs omlaag. De snelheid waarmee dit gebeurt overvalt de investeerders. Ze verwachtten dat de forse winsten die de eerste fase van de globalisering kenmerkten zouden blijven groeien maar de prijsdaling versmalde hun winstmarge.

De globalisering bracht een expansie van reele waarde omdat ze een grotere exploitatie van arbeidskracht mogelijk maakte. Ze maakte de wereldmarkt meer verwoven, breder en efficienter en herstructureerde de productie in wat vaak the global assembly line wordt genoemd, een steeds groter deel van de industriele productie verplaatsend naar wat onderontwikkelde landen waren die eerder nauwelijks participeerden in de wereldmarkt. Profiterend van de lage levensstandaard in die zone, kon het kapitaal niet alleen de exploitatie van goedkope arbeidskracht extreem verhogen maar ook, doordat de dreiging om werk naar elders te verplaatsen zo geloofwaardig werd, looneisen zowat overal ontmoedigen. Dat was goed voor de winstgroei. En dat is tenslotte wat in dit systeem investeringen en groei op gang houdt.

De globalisering bevorderde bovendien een herverdeling van waarde op de markt die de winsten van de hoog ontwikkelde landen aandikt en die van de minder ontwikkelde afkalft. Je kunt het vergelijken met de positie van olieproducenten tijdens de jongste boom-fase. De vraag neigt het aanbod te overtreffen zodat ze een prijs kunnen vragen die een meerwinst bevat, die niets te maken heeft met hun productiekosten maar alles met hun marktpositie. Op dezelfde wijze hebben de meest geavanceerde bedrijven, die met de hoogste graad van technologische vernieuwing en productiviteitsgroei, een competitieve voorsprong die hen toelaat om hun waren te verkopen met een meerwinst. Die meerwinst scoren ze op de globale markt.

De globalisering leverde dus enorme winsten op in de meest ontwikkelde delen van de wereld. Die winstexpansie voedde het optimistisch geloof in haar blijvende groei en een kapitalisatie op basis van die verwachting. Die stimuleerde een capaciteitsgroei en een veralgemening van goedkope productiemethoden. De globalisering begon de wortels van de winstexpansie weg te vreten. Meer dan ooit werd marktpositie dé factor die sukses of mislukking bepaalt. Tal van bedrijven, van computerchipmakers tot sneakerproducenten, begonnen meer uit te geven aan marketing dan aan productie.

Haar apologeten beloofden dat de globalisering haar eigen, expansieve markt zou creeren. En tot op zekere hoogte gebeurde dat ook. Het zgn. ‘multiplicator-effect’ zorgde ervoor dat, in vele delen van de wereld, de middenste lagen groeiden en welvarender werden. Dat moedigde ook een krediet-expansie aan vanuit de verwachting dat zo zou blijven duren. Maar de limieten van de marktexpansie die de globalisering meebrengt, kwamen tien jaar geleden pijnlijk aan het licht in de Aziatische krisis. Wat die toonde is dat een groot deel van de winst die voortkomt uit de exploitatie van de arbeidskracht in lage- loonlanden, niet winstgevend kan geherinvesteerd worden in die landen.

Dezelfde kwestie stelt zich vandaag. Je hoort soms mensen zeggen, landen als China en India hebben dankzij de globalisering enorm veel geld verdiend en tegelijk zijn de noden daar zo immens. Waarom investeren ze hun financiele overschotten niet in de expansie van hun binnenlandse markt, wat dan op zijn beurt de hele wereldeconomie zou stimuleren? Het klopt dat er veel kapitaal is in China en India en dat daar ook honderden miljoenen boeren, landarbeiders en werklozen zijn die niets hebben. Maar zij hebben ook niets dat de Chinese en Indiase kapitaalbezitters (staat en privé) willen, zelfs niet hun arbeidskracht, tenzij die kan gebruikt worden om goederen te maken voor een andere, buitenlandse markt.

De Aziatische krisis die ook Latijns Amerika en Rusland besmette, toonde dat de expansie van de binnenlandse markt in landen recent geintegreerd in de globale economie, strikt afhankelijk is van de expansie van hun buitenlandse markt. Ze toonde ook dat deflatie een groeiend probleem zou worden. De implosie van de financiele zeepbellen, de scherpe devaluaties en dalende prijzen tijdens en na de kettingreactie die in Thailand begon, kondigde de terugkeer aan van onoverkomelijke problemen die enkel te wijten zijn aan het feit dat het kapitalisme zijn nut voor de mensheid overleeft. In een context waarin bijna overal bijna om het even wat goedkoop kan gemaakt worden, wordt overaccumulatie, overcapaciteit en dus dalende prijzen en winsten, onvermijdelijk. Dit treft de zwakste concurrenten het eerst. Het onvermogen van het kapitalisme om een markt te creeren die even snel groeit als de productiecapaciteit en de dalende waarde van wat geproduceerd wordt, vreten daar het eerst aan lonen en winsten. Gezien het gevaar van verdere devaluaties en de groeiende limiet op winstgevende investeringen thuis, werden de kapitaalbezitters in die landen dan ook meer en meer geneigd om hun geld te versluizen naar veiliger oorden, waar deflatie nog geen probleem was. In 2004, volgens cijfers van de Morgan Stanley Bank, vloeide 80 procent van het netto-spaargeld van de wereld naar de VS.

Waar het meer dan welkom was. Ongeacht of de president Republikein of Democraat is, cultiveert Washington Amerika’s safe haven-imago. Heel de buitenlandse politiek, militair machtsvertoon inbegrepen, is daarop gericht. Zelfs toen de implosie van de zogenaamde dot.com-zeepbel in 2000 biljoenen dollars van tafel veegde, werd de stroom van kapitaal naar de VS nauwelijks onderbroken. Er was een vast patroon tot stand gekomen. De Amerikaanse economie leefde, elke jaar wat meer, boven zijn middelen; kocht elke dag voor miljarden meer dan ze verkocht, betaalde door dollars te drukken die gedekt werden door staatsschuld; die werd opgekocht door de landen die aan de VS meer verkochten dan ze ervan kochten met de dollars die ze aan dat handelsoverschot overhielden. Het is, op de keper beschouwd, een heel vreemde relatie waaruit geen van beide partijen zich kan terugtrekken. Door op de protectionistische toer te gaan, zou Washington de VS ongetwijfeld in een depressie duwen maar een ineenstorting van de Amerikaanse markt zou voor Japan en China even vernietigend zijn.

Ook het kapitaal van de meest ontwikkelde landen zocht een veilige haven waar de winsten die de globalisering had opgeleverd hun waarde konden behouden en vermeerderen. Waar kon het naartoe, nu de dot.com-implosie getoond had dat het optimisme van de financiele markten over het groeivermogen van IT- en andere high tech-bedrijven op wishfull thinking steunde en traditionele sectoren zoals de auto-industrie steeds meer met overcapaciteit kampten? De gecombineerde internationale vraag duwde, vooral in de VS maar ook daarbuiten, de prijs omhoog van alle assets waarin geld ‘geparkeerd’ en snel weer liquide gemaakt kon worden als de gelegenheid om het ergens met meer winst te investeren zich voordeed. De combinatie van stijgende prijzen en lage rentevoeten die lenen goedkoop maakten, moedigde consumenten en bedrijven aan om schulden te maken die gedekt werden door de toekomstige meerwinst die hun opwaardering zou meebrengen, als de trend zich tenminste zou voortzetten.

De fundamentele reden waarom financiele assets zoveel sneller in waarde toenamen dan de reele economie is dat de vraag naar hen geen plafond heeft en die naar alle andere waren wel. Geld kun je nooit genoeg hebben, computers, auto’s, plasma-tv’s en schoenen wel (behalve Imelda Marcos). In een context van globale overcapaciteit en een groeiende deflatoire tendens schiet de vraag naar financieel kapitaal omhoog omdat, om good old Karl Marx te citeren, “alle koopwaren bederfbaar geld zijn en hun waarde verliezen als ze niet verkocht worden, terwijl geld de onbederfbare koopwaar is” (Grundrisse). Althans in schijn, zo legde hij verder uit.

De financiele sector in de VS en daarbuiten was er als de kippen bij om aan de vraag naar assets waar winsten veilig geparkeerd konden worden tegemoet te komen. De creatie van allerlei nieuwe financiele waren kende een wildgroei. Elk jaar werden de bedragen duizelingwekkender, de constructies waarop ze gebaseerd waren, bouwvalliger. Niemand had er nog een zicht op. Maar de vraag deed hun prijzen stijgen wat schijnbaar bevestigde dat ze inderdaad veilige havens voor kapitaal waren. Zoals in alle piramide-schema’s was het essentieel dat de vraag bleef stijgen. Zoals gezegd, was de politiek van de VS daar in hoge mate op gericht. Men ging heel ver in de stimulering van de huizenmarkt omdat de opwaardering daarvan zo’n belangrijke rol speelde in de instandhouding van het consumptieniveau dat de globale vraag in stand hield en de deflatie in de meest ontwikkelde landen op afstand hield. Maar de maatregelen werden steeds wanhopiger. Zoals de ninja-leningen (‘no income, no job or assets’) waarmee steeds meer woningen verpatst werden. Hoewel het op voorhand duidelijk was dat dergelijke leningen nooit zouden worden terugbetaald en dat vele leners bij de eerste economische neergang bankroet zouden gaan, was er geen alternatief dan de zeepbel blijven lucht inblazen.

De crash

De globalisering had een expansie van reele waarde op gang getrokken maar de pogingen om dat in stand te houden hadden tot een buitenproportionele groei van het financieel kapitaal geleid. Dat kapitaal kan zijn waarde slechts behouden als het betrokken blijft bij de creatie van nieuwe waarde in de reele economie. Daarom was geld volgens Marx alleen schijnbaar een onbederfbare koopwaar. Geld onleent zijn waarde tenslotte aan het feit dat het omwisselbaar is, dat het de plaats kan innemen van alle andere koopwaren. Zijn waarde wordt dus eigenlijk bepaald door de waarde van alle andere waren. Daarom moesten de opwaardering van de financiele assets (in de ruime zin, huizen inbegrepen) en de deflatoire tendens in de reele economie wel botsen en onthullen dat er gewoon veel te veel financieel kapitaal is dat allemaal zijn deel opeist van toekomstige winsten, dat de waarde die het beweert te vertegenwoordigen voor een groot stuk fictief is. De safe haven bleek toch niet zo veilig. Maar als de illusie er niet was geweest, waar zouden al die kapitalen een toevlucht hebben gevonden? Zonder de huizenmarkt-zeepbel zou de krisis wellicht al enkele jaren eerder hebben toegeslagen.

Tientallen biljoenen dollars, euros, enz., zijn verdwenen sedert de kredietkrisis begon en het einde is nog lang niet in zicht. Dat is heel erg voor diegenen die dat geld kwijt zijn maar op zich heeft het wel, voor het herstel van de condities voor kapitaalsaccumulatie, zijn goede kanten: de financiele markt wordt minder overbevolkt, voor de sterke kapitalen ontstaan er gelegenheden om zwakkere broertjes aan een spotprijs in te lijven, kosten (energie, lonen) dalen, de deflatie in zwakkere landen verkleint de importrekening…Maar dit alleen volstaat niet om de ontrafeling stop te zetten. Ze kan enkel (tijdelijk) gestopt worden door de massale creatie van nieuwe schulden door de staat. De krisis is een krisis van fictief kapitaal die wordt ‘opgelost’ door… de creatie van nieuw fictief kapitaal.

Aan de biljoenen die besteed werden om de ineenstorting van het financiele systeem te beletten zullen vele biljoenen worden toegevoegd om de deflatie op afstand te houden in de meest ontwikkelde landen. Al voor de verkiezingen drong Ben Bernanke (de voorzitter van de Fed, centrale bank) aan op het soort stimulus-programma dat Obama beloofd had en deze week liet de nieuwe president verstaan dat de ernst van de situatie hem zal dwingen om nog meer uit te geven dan hij van plan was. De linkerzijde in Amerika eist een nieuwe ‘New Deal’, vergetend dat de Amerikaanse economie tijdens de New Deal bleef achteruitboeren, tot de wereldoorlog begon. In de jaren 1970 ging men de krisis ook zo te lijf en stagflatie was het resultaat. Het zou me verbazen als Obama’s team van belegen ekonomen het zo ver zou laten komen. Maar dat de staatsschuld scherp zal stijgen staat buiten kijf. Er zal ook meer toezicht komen, meer staatsinterventie. Staatskapitalisme zit internationaal in de lift. Maar ondanks alle hervormingen, verandert er fundamenteel niets. Er wordt meer schuld gecreeerd om de ontwaarding van oude schuld tegen te gaan.

Maar zo verplaatst het knelpunt zich van het vertrouwen in banken en andere financiele ondernemingen naar het vertrouwen in de staat. In vele landen die al in de greep van deflatie zijn, is dat vertrouwen al aan flarden. Maar op korte termijn neemt het vertrouwen in de staat in de sterkere landen toe. In het bijzonder in de VS vanwege zijn ankerrol in het politiek/economisch/financieel bestel.

Door de grote vraag van kapitaal dat aan de financiele stormen zoekt te ontsnappen, verkopen Amerikaanse schatkistcertificaten als zoete broodjes, zelfs aan een rentevoet van bijna nul. Zelfs de dollar stijgt erdoor. Die trend geeft aan Obama enige ruimte om de geldkraan open te zetten.

Maar het buitenlands kapitaal moet een groot deel van die stijgende Amerikaanse staatsschuld blijven opkopen. Dat heeft economische maar ook geopolitieke implicaties. De groeiende Amerikaanse schuldenlast tegenover China (dat nu Japan heeft voorbij gestoken als Amerika’s grootste schuldeiser) bijvoorbeeld en het gevaar voor China dat die schulden nooit vereffend zullen worden, kunnen niet anders dan de internationale machtsverhoudingen beinvloeden. Maar dat valt buiten het kader van dit stuk. Ongeacht de geopolitieke verschuivingen lijkt het me onvermijdelijk dat, naarmate de staatsschulden wanstaltiger groeien, het vertrouwen in het vermogen van de staat om de waarde van zijn schuldcertificaten te garanderen steeds fragieler zal worden. Het vertrouwen in het vermogen van de staten om door gezamenlijke actie een collectieve rush van kapitaalbezitters naar de uitgang te voorkomen zal ook steeds fragieler worden, naarmate de financiele reserves van die staten minusculer worden in vergelijking met de zwellende geld- en schuldenstroom. Als belangrijke banken falen, springt de staat in de bres. Maar wie springt er in de bres als belangrijke staten falen? Omdat de vraag rethorisch is, dreigt de volgende krisis de huidige op kinderspel te doen lijken.

Tom Ronse

345o506

november 24, 2008 at 10:37 pm 2 reacties

KUIFJE IN MEXICO

“Als de VS een kou vatten, krijgt Mexico een longonsteking”, is een klassieker maar dit keer is het niet waar, beweert president Felipe De Calderon. Mexico staat volgens hem sterker dan in vorige crisissen. Een kijk ter plaatse toont dat veel werknemers alvast rake klappen incasseren en bang zijn voor wat er nog op komst is. De toestand is ernstig maar niet hopeloos. Of is het net omgekeerd?

dia-de-los-muertos

Allerzielen –El Dia de los Muertos- is in Mexico een feestdag die meer op karnaval lijkt dan op ons droevig kerkhofbezoek. In het centrum van Mexico-stad zijn de straten vol kuierende mensen en kinderen verkleed als duiveltjes en spoken. Op de Paseo de la Reforma, een brede boulevard aan beide kanten omzoomd met groene stroken, krijgen de papier maché-monsters die eerder in een stoet defileerden, veel bekijks.

1-paseo-de-la-reformaZe zijn dan ook prachtig. Mensen genieten. Ze trekken kiekjes met hun mobieltjes en knabbelen geroosterde mais en gesponnen suiker. “Hoe gaan de zaken?”, vraag ik aan Rosario Sanchez vanwie ik een roze suikerwolk koop die ik terstond wegschenk aan een verbaasd jongetje. “Niet zo goed”, antwoordt ze, “la crisis, señor.” Haar omzet is een derde kleiner dan vorig jaar. Een derde minder klanten -dat is ook het doorsnee-antwoord van de taxichauffeurs die me spotgoedkoop door deze gigantische metropool laveren. Als ik hen vraag hoe ze daarop reageren, antwoorden ze allemaal: minder uitgeven en langer werken. Sommigen werken 16 uren per dag, zes en soms zeven dagen per week. Aan de vijfde chauffeur die me dat vertelt, zeg ik: “Maar als alle taxichauffeurs langer werken dan verdienen jullie toch niet meer? Als het aantal klanten even laag blijft, dan rijden er alleen meer lege taxi’s rond.” De chauffeur staart zwijgend naar het drukke verkeer en zegt dan: “Dat is misschien wel waar señor,maar als ik het niet doe, verdien ik nog minder.” Het is een race to the bottom die in heel Mexico aan de gang is.


In mijn halfleeg hotel pakken ze de crisis anders aan. Al het personeel werkt een dag minder, vertelt Rosa, de receptioniste. Hun loon daalt navenant maar op die manier moest voorlopig niemand afgedankt worden. “Het valt nog te bezien hoe lang dat volstaat”, zegt Rosa, “ de enige oplossing is dat de toeristen terugkeren”. Meer dan de helft van de toeristen in Mexico komt uit de VS. De stijgende criminaliteit die dit jaar veel weerklank kreeg in de media had hun aantal al geslonken maar de Amerikaanse crisis heeft de neergang nog versneld.

Alejandro Ramirez

Alejandro Ramirez

Maar terug naar de Paseo de la Reforma, waar ik in gesprek geraak met Alejandro Ramirez, een dertiger die met zijn zoon op stap is. Hij is technisch ingenieur en werkte voor een auto-onderdelenbedrijf in Vallejo, aan de rand van de stad. Werkte, want het bedrijf heeft wegend de gedaalde vraag uit de VS de helft van zijn personeel ontslagen, Alejandro inbegrepen. Hij verdiende zo’n 250 pesos per dag, niet slecht naar Mexicaanse normen. Nu verdient hij niets. Werklozensteun bestaat niet in Mexico. Wel kreeg hij als ontslagpremie 3 maanden loon uitbetaald. “Als ik geen werk vind –en het ziet er niet goed uit- dan kan ik met dat bedrag misschien een zaak opstarten”, zegt Alejandro, “een taxibedrijfje misschien, ik heb al een wagen…” Ik wens hem veel geluk.

7gekruisigde-man-21

Verder wandelend passeer ik langs een bijna naakte man die aan een kruis hangt. Somber staart hij voor zich uit. Hij blijkt deel uit te maken van een demonstratie die wat verder aan de gang is op een parking tussen blinkende torengebouwen. Een honderdtal mensen met indiaanse trekken roept slogans en danst op het ritme van trommelaars.

8-protesterende-campesinos1

De mannen dragen enkel een poster voor hun familiejuwelen, de vrouwen zijn volledig naakt. “Dit om aan te geven dat we tot op de draad zijn uitgekleed”, legt Nereo Cruz, een leider van de demonstranten me uit. Hij vertelt dat zijn groep 3000 boerengezinnen uit de staat Veracruz vertegenwoordigt aan wie de regering grond had beloofd. In plaats daarvan werden ruim 300 onder hen aangehouden. Terwijl ze opgesloten waren, werd hun land in beslag genomen. “De meesten van ons werken nu als dagloners”, zegt Nereo, “maar er is steeds minder werk en we verdienen slechts 70 pesos (4,3 euro) per dag. Daar koop je niet veel mee. Sedert de crisis begon, is de inflatie omhoog geschoten.”

Nereo en zijn medebetogers

Nereo en zijn medebetogers

Later praat ik op de krant La Jornada met journalist Luis Hernandez die het leven in ruraal Mexico op de voet volgt. “De peso is sedert de crisis begon met 28% gedaald tegenover de dollar, ondanks interventie door de centrale bank”, legt hij uit. “Alles wat geimporteerd wordt, wordt dus een pak duurder. Dat treft de armsten het hardst want bijna 65% van het voedsel in Mexico wordt ingevoerd. De situatie van de plattelandsbevolking was al hachelijk. De concurrentie van de Amerikaanse, gesubsidieerde agrobusiness heeft sedert Nafta (het Noord-Amerikaans vrijhandelsverdrag) in 1994 werd ingevoerd meer dan een miljoen campesinos de grond ingeboord. Vele gezinnen kunnen slechts overleven doordat ze elke maand wat geld krijgen toegestuurd door een familielid dat in de VS werkt. Er werken zo’n 20 miljoen Mexicanen in de VS, de helft illegaal. De illegalen zijn de eersten die ontslagen worden. Sommigen voorspellen dat tot drie miljoen Mexicanen zullen terugkeren. Dat geloof ik niet want ze zouden het hier nog slechter hebben dan ginder. Maar zonder werk kunnen ze geen geld opsturen. Dat voelen we nu al goed. Voor veel mensen betekent dat hongerlijden. En omdat ze minder dollars in pesos omzetten, daalt de peso nog meer, wat nog meer honger betekent. Mexico heeft een jonge bevolking. Om de groei van het arbeidsaanbod bij te houden, zouden er elk jaar ruim een miljoen arbeidsplaatsen gecreeerd moeten worden. Dit jaar zullen er slechts 300 000 bijkomen, volgend jaar nog minder. Dat betekent miljoenen werklozen meer, vooral op het platteland.”

Journalist Luis Hernandez

Journalist Luis Hernandez

“Wat gaat er met hen gebeuren?”, vraag ik.

“Vroeger zouden velen van hen naar de VS gaan werken”, zegt Hernandez, “maar nu de werkloosheid daar stijgt en de controle op illegale immigranten verscherpt is, is die uitlaapklep afgesloten. Vele jongeren zullen naar de steden trekken, waar er ook geen werk is.” Wat blijft er over? “Als je op de Mexicaanse buiten rondreist”, vertelt Hernandez, “dan bots je, in een zee van armoede, soms op eilandjes van pralerige luxe. Enorme villas met een uitgebreid wagenpark. Je kan er van op aan dat daar iemand woont die door de drughandel rijk is geworden. De werkloze jongens uit de schamele huisjes zien dat de drughandelaar de enige is in hun wereld die het gemaakt heeft. Natuurlijk willen ze in zijn voetsporen stappen.”

“Bij gebrek aan alternatieven dreigt de drugshandel naar de VS nu nog toe te nemen”, zegt Laura Carlsen, directeur van het Americas Program van het Internationtional Relations Center. “Onder Amerikaanse druk heeft Mexico de oorlog verklaard aan de drugsbenden. Die heeft tot nu toe weinig opgeleverd maar er zijn wel duizenden onschuldigen in het kruisvuur omgekomen. Bovendien neemt die drugsoorlog een flinke hap uit de begroting zodat er minder geld overblijft om de crisis in te dijken.”

Professor Arnulfo Gomez

Professor Arnulfo Gomez

Professor Arnulfo Gomez, een econoom van de Universidad Iberoamericana, vat de situatie voor me samen. “De crisis betekent een daling van onze export, waarvan 84% naar onze noorderbuur gaat, een daling van de buitenlandse investeringen die voor de helft uit de VS komen, lagere prijzen voor onze olie die 40% van de begroting financieert, minder toerisme, minder migratie naar de VS en minder geld dat terug gestuurd wordt, kortom, een ramp. Nu is het wel waar dat Mexico er financieel beter voorstaat dan in vorige crisissen maar anderzijds gaat onze concurrentiepositie achteruit. Tussen 1993 en 2000 groeide onze export het snelst van alle landen maar sindsdien zijn we naar de 26ste plaats gezakt.” De Mexicaanse centrale bank doet er volgens hem verkeerd aan om de peso te ondersteunen door dollars te verkopen. “We moeten de peso dieper laten zakken zodat we internationaal competitiever worden. Het is waar dat dit de invoer nog duurder zou maken. Maar dat zou onze nationale industrie de kans geven om een stuk van de binnenlandse markt te heroveren op buitenlandse concurrenten”. De Mexicaanse regering wil de crisis indijken door de binnenlandse markt aan te zwengelen maar volgens Gomez kan dat niet lukken zonder exportgroei. “De binnenlandse markt is gewoon te klein om de tewerkstelling te stimuleren”, zegt hij. “Van de werkende bevolking verdient 80% minder dan 270 pesos (16,6 euro) per dag. Het minimumloon bedraagt slechts 52,9 pesos (3,2 euro)”.



Zakenman Jose Levy-Rimoch

Zakenman Jose Levy-Rimoch

“De binnenlandse markt krijgt zware klappen”, zegt José Levy Rimoch, directeur van Biotrade, een bedrijf dat onder meer tapijten uit West-Vlaanderen importeert. “De mensen kijken de kat uit de boom, ze zijn bang om te kopen. De grootwarenhuizen raken in moeilijkheden. Betalingen slepen aan”. Toch is hij, wat zijn bedrijf betreft, optimistisch. “Dit is een oorlog”, zegt hij, “een commerciele oorlog die de besten zullen winnen. In ons bedrijf werkt iedereen, van de baas tot de magazijniers, onbetaald een half uur langer. Onze vertegenwoordigers krijgen een betere opleiding. We verbeteren onze klantenservice. We onderzoeken op alle mogelijke manieren hoe we onze concurrenten een stap voor kunnen blijven. Ik ben zeker dat we dit zullen overleven”.

Leonora Martinez, een juwelierster die in Antwerpen een opleiding van goudsmid volgde, is er niet zo zeker

Juwelierster Leonora Martinez

Juwelierster Leonora Martinez

van. “Je ziet het in alle winkels: de verkoop daalt. 2009 wordt een heel moeilijk jaar”, zegt ze. “Dat de armen armer worden, maakt voor mijn verkoop geen verschil, die kochten toch geen juwelen. Maar de middenklasse geeft veel minder uit. De jongeren die om een verlovingsring komen, kiezen kleinere stenen, de señoras brengen me hun oude juwelen om te herstellen of te smelten in plaats van nieuwe te kopen. De mannen kopen niet. Voorlopig is mijn verkoop met 30% gedaald. We lijken op weg naar een stilstand. Alleen de superrijken blijven uitgeven. Ik vrees dat ik de komende 2, 3 jaar van hen zal moeten leven of iets anders beginnen.”

Een groepje in Mexico wonende Belgen die ik op een lunch ontmoet blijkt ook sceptisch over de beloften van de regering om de binnenlandse markt te stimuleren. “Waar gaan ze het geld vinden?’, vraagt Frantz Guns, een consultant van Aalsterse komaf. “De pas goedgekeurde begroting gaat uit van een olieprijs van 70 dollar per vat maar de Mexicaanse olie haalt nog slechts 50 dollar. En de noden groeien. Een derde van de bevolking is 14 jaar en jonger. Die jeugd moet gevoed en geschoold worden en werk vinden. De spaarpot van Mexico is te klein om dat intern te financieren. De oliespaarpot wordt elk jaar kleiner.”

Bart Pattyn en Frants Guns

Bart Pattyn en Frants Guns

“Mexico heeft een miljoen nieuwe social woningen nodig per jaar”, merkt Bart Pattyn, de regionale manager van Coface op. “Dit jaar werden er nog geen 700 000 gebouwd. De woningnood groeit. Anderzijds is het wel zo dat er geen hypothekencrisis is zoals de VS. Daarvoor waren de banken hier te zuinig met hypotheken. In Mexico wordt een huis nog vaak kamer per kamer gebouwd.”


’s Avonds woon ik een les bij, ‘Nederlands voor gevorderden’, gegeven door de in Mexico wonende VRT-medewerker Frank Silkens. Ik vraag de leerlingen wat zij van de crisis merken. Stijgende levensduurte, zegt iedereen. De tortilla’s zijn al twee keer zo duur als vorig jaar. “Op tv zijn er reclamespots waarin acteurs zeggen dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat Mexico sterk staat.”, zegt Benjamin. “Dan denk ik, jullie hebben makkelijk praten”. Carla is manager voor een firma die schoonheidsproducten verkoopt volgens het Avon-model. “Onze verkoopsters hebben 21 dagen om te betalen”, vertelt ze, “maar ze gebruiken hun opbrengst om kleren en eten te kopen en zeggen dan, sorry we zij blut. Ze staan al voor 3 miljoen pesos in de schuld. Zo wordt het voor ons ook moeilijk om onze leveranciers te betalen.” Dat verhaal, waarvan José Levy me ook een versie vertelde, hoor ik nog vaak. De keten van betalingen breekt op duizenden plaatsen in Mexico.

Het klasje met achteraan Frank, naast hem Carla

Het klasje met achteraan Frank, naast hem Carla

Hoe overleven de arme Mexicanen in zo’n barre omstandigheden? Het is een vraag waar iedereen me hetzelfde antwoord op geeft: de familiebanden zijn sterk in Mexico, men deelt het weinige wat men heeft, de crisis versterkt de solidariteit. “Toen ik uit Antwerpen wegging, beklaagde een van mijn professoren me omdat ik naar ‘een arm land’ terugkeerde”, vertelt Leonora. “Ik zei hem: ‘hier in Antwerpen groeten de mensen elkaar niet, ze helpen elkaar niet, ze leven alleen. Naast Mexico is Belgie een arm land”.

Tom Ronse

november 24, 2008 at 10:35 pm Plaats een reactie